Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

water om het solvendum op te lossen. Alleen dan echter mag men eene stof oplossen in warm water, wanneer de voorgeschreven hoeveelheid van die stof in het afgekoelde water opgelost kan blijven. Een voorbeeld zal dit duidelijk maken.

•H. Infusi foliorum Sennae 100 Sulfatis kalici 20 m.d.s. obhc.

Kaliumsulfaat is in 10 deelen water oplosbaar, veel gemakkelijker lost het op in warm water; men zal door de oplossing in de warmte te doen plaats hebben de geheele hoeveelheid (20 gram) in oplossing kunnen brengen. Laat men nu de vloeistof afkoelen, dan kan niet alle Kaliumsulfaat opgelost blijven, de oplossing toch is oververzadigd en de overmaat van het zout zal zich in kristallijnen toestand afzetten. De kristallen zullen door omschudden niet gelijkmatig verdeeld kunnen worden. Alen doet daarom beter, het zout af te slibben. Hiertoe wordt het in een mortier uiterst fijn gewreven en daarna met vloeistof aangemengd. Een deel van het Kaliumsulfaat zal oplossen, een ander deel, dat uiterst fijn verdeeld is, zal in de vloeistof blijven zweven en de grovere deelen zullen bezinken. De vloeistof giet men af, zoodat de grovere deelen achterblijven, deze worden op nieuw fijn gewreven, gemengd met vloeistof, deze dan afgegoten en dit wordt herhaald tot al het zout uiterst fijn verdeeld in de flesch is. De vloeistof is dan bij de gewone temperatuur met het zout verzadigd en door omschudden kan het fijne poeder uitstekend verdeeld worden.

De Pharniacopee bevat de volgende Solutiones aquosae:

Solutio Acetatis aluminici. In een ruimen porceleinen schaal lost men 30 deelen Aluminiumsulfaat op in S0 deelen water, voegt hierbij 36 deelen azijnzuur en daarna, onder voortdurend roeren, 13 deelen Calciumcarbonaat, dat eerst is aangemengd met 20 deelen water. Hierbij zal eerst het azijnzuur inwerken op het Calciumcarbonaat; daar echter de hoeveelheid azijnzuur te gering is om al het carbonaat in acetaat om te zetten, zal men een mengsel van beide stoffen overhouden:

3 CaC03 + 4 C,H402 = CaC03 -f 2 Ca (C,H;iO.>):> + 2 CO... + 2 H._,0.

Het gevormde calciumacetaat en het carbonaat zullen inwerken op het aluminiumsulfaat onder vorming van calciumsulfaat en basisch aluminiumacetaat.

Sluiten