Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorkoken, waarbij de onzuiverheden zich als een samenhangend schuim afzetten, dat met een schuimlepel moet worden weggenomen, en coleert de heete stroop door een wollen doek, zonder uit te persen.

Ten einde inversie van de suiker te voorkomen, moet men zoo kort mogelijk verwarmen, daarom is het beter de suiker in het koude stroopvocht op te lossen en dan te verwarmen.

Gewoonlijk kookt men de stropen in koperen of vertind koperen pannen, waartegen meestal geen bezwaar bestaat, als men, met name in de koperen pannen, de stroop maar niet laat afkoelen. Vooral bij zuur reageerende stropen bestaat anders de kans, dat koper wordt opgenomen, wat door de toetredende zuurstof uit de lucht nog in de hand wordt gewerkt. Voor Sirupus Rubi idaei, die vrij sterk zuur reageert, zijn porceleinen of lood-vrije geemaïlleerde pannen te verkiezen.

Bij bijna alle stropen vermeldt de Pharmacopee, dat van de opgegeven hoeveelheden stroopvocht en suiker een bepaalde hoeveelheid 100 deelen of een veelvoud daarvan stroop moet worden bereid. Ofschoon het niet uitdrukkelijk door de Pharmacopee wordt vermeld, ligt het voor de hand, dat de stroop vóór het coleeren op dit gewicht wordt gebracht. Men kan dit doen door toevoeging van water, dat reeds eenigen tijd gekookt heeft; ook kan men de suiker met meer vocht koken dan het voorschrift aangeeft en dan laten verdampen tot het vereischte gewicht. Dit laatste komt ons het beste voor, daar bij het koken van suiker met waterige vloeistof de temperatuur des te hooger zal worden, naarmate meer vocht verdampt en daardoor wordt de inversie van de suiker bevorderd. De hoeveelheid vloeistof, die men voor het verdampen meer moet nemen, hangt, zooals wij bij het hoofdstuk „Decocta" zagen, van verschillende omstandigheden af.

Laat men een stroop te ver uitdampen, dan zal bij het bewaren een deel van de suiker uitkristal 1 iseeren; is er te veel vocht in de stroop gebleven, en is zij dus te dun, dan zal zij spoediger gisten en schimmelen.

Het soortelijk gewicht van de stropen bedraagt 1,31-1,33.

Omtrent het bewaren der stropen vermeldt de Pharmacopee:

Stropen moeten, na bekoeling, in droge flesschen overgebracht en op een koele plaats bewaard worden.

Voor zoover wij thans kunnen beoordeelen, blijven de stropen der Ed. IV op deze wijze bewaard, door hun grooter suikergehalte langer goed dan die der Ed. III. De reden waarom de stroop na

Sluiten