Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

260

te smelten; de opbrengst "zal dan veel minder zijn. Het afwasschen met water van de ongesmolten stukken vet is, zeer terecht, door de Pharmacopee niet voorgeschreven. Er zou toch gemakkelijk wat water in het vet achterblijven en dit~zou het rans worden in hooge mate bevorderen. Wanneer vet rans wordt, ondergaat het een oxydatieproces. Door het opnemen van zuurstof wordt het gedeeltelijk gesplitst in glycerine en vrije vetzuren, die gewoonlijk verder geoxydeerd worden tot onaangenaam riekende, zuur reageerende stoffen. Tengevolge van dit oxydatieproces worden de vetten meestal eenigszins geel gekleurd, krijgen een onaangenamen reuk en smaak en reageeren zuur.

Terwijl niet-ontleed vet voor de huid indifferent is, werkt ranzig vet prikkelend en kan hevige ontsteking veroorzaken. Bovendien zal ranzig vet, dus vet dat vrij vetzuur bevat, op verschillende geneesmiddelen (kwikoxyde, zinkoxyde) inwerken en daardoor zal de werking van met dergelijke stoffen bereide zalven eene andere zijn dan door den arts is bedoeld. Ten einde het ranzig worden van reuzel zooveel mogelijk te voorkomen, giet men den gesmolten reuzel in droge flesschen van inactinisch glas, zóó dat de flesschen er geheel mede gevuld zijn, en sluit ze met goed passende, droge kurken. Moet men reuzel gebruiken, dan plaatst men een flesch in warm water (reuzel smelt bij ongeveer 40°) en giet het gesmolten vet uit in den voorraadspot, waarin men het onder omroeren laat afkoelen en vastworden. Roert men niet, dan heeft men kans, dat de reuzel korrelig wordt doordat het tristearine en tripalmitine zich eerder zullen afzetten dan de andere bestanddeelen.

Het ranzig worden van Adeps suillus kan worden tegengegaan door toevoeging van antiseptica, waarvan vooral benzoëhars en benzoëzuur worden gebruikt. Een mengsel van deze met reuzel levert:

Adeps suillus benzoatus, Axungia benzoata, Benzoëreuzel. Voor de bereiding hiervan laat de Pharmacopee 100 deelen reuzel en 2 deelen poeder B10 van Benzoë onder herhaald roeren gedurende één uur verwarmen en filtreeren. Zeer praktisch is het, het betrekkelijk grove Benzoëpoeder in een stukje dicht gaas te binden en dit herhaaldelijk door den gesmolten reuzel te roeren; in dit geval behoeft men niet te filtreeren. Voor het filtreeren van reuzel en andere vetten gebruikt men een z.g. warmwatertrechter (fig. 21).

De Duitsche Pharmacopee bereidt Adeps benzoatus door één deel Benzoëzuur op te lossen in 99 deelen gesmolten reuzel en tot bekoeling te roeren; het aldus verkregen praeparaat is niet zoo aan-

Sluiten