Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-

nauwkeurig wordt bepaald, zooals wij in het hoofdstuk Pulveres zullen aantoonen, is het meer rationeel, de fijnheid der poeders te bepalen, door aangeven in micromillimeters (//), hoe groot de grootste korrels mogen zijn.

Wij laten hier een lijstje volgen van de grenswaarden, die Dieterich1) daarvoor aangeeft.

micromillimeters. Acidum boricum 263.25

Carbonas plurnbicus 43.20

Chloretum hydrargyrico-ammonicum 41 Jodoformum 216.41

Oxydum hydrargyricum 40.5

n zincicum 33.75

Sulfur sublimatum 95.85

Tartras kalico-stibicus 67.20

De bereiding van deze zalven geschiedt als volgt: De vaste stof wordt tot fijn poeder gebracht en zoo noodig door zift geslagen, dit poeder mengt men in een zacht verwarmden mortier met een gedeelte van het gesmolten zalfconstituens zoolang, tot het mengsel homogeen is en voegt dan het overige, zoo noodig vooraf weekgemaakte, constituens toe. Door Haenen2) wordt aangeraden, het constituens geheel in gesmolten toestand toe te voegen en dan natuurlijk tot bekoeling te roeren. Bij microscopisch onderzoek bleek ons niet, dat het onoplosbare bestanddeel op deze wijze nauwkeuriger onder het vet verdeeld was, zoodat wij geen redenen weten aan te voeren, om deze wijze van werken aan te bevelen.

Wij vestigen er hier uitdrukkelijk de aandacht op, dat door het vermengen van de stof met het vloeibare constituens de stof zelve niet fijner verdeeld wordt; wel echter worden bij langdurig wrijven de korrels meer van elkaar gescheiden, en daardoor het mengsel meer homogeen. Voor stoffen, die zeer gemakkelijk vervluchtigen of zeer spoedig door warmte ontleed worden, zal men een niet verwarmden mortier nemen en het constituens niet smelten.

Om groote hoeveelheden zalf te bereiden maakt men liefst gebruik van een zalfmolen.

f

') I'harmaccutische Centralhalle, 1894, n®. 17. Helfenberger Annalen, 1897. '-) Rapport du Congrès de Chimie et de Pharmacie. Liège, 1905.

Sluiten