Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar de geijkte uitdrukkingen: „Extende supra chartam, supra Unicum, supra alutam, supra corium, supra emplastrum adhaesivurn extensum".

De dikte, waartoe de massa wordt uitgestreken, bedraagt gewoonlijk 0,4 0,5 millimeter; schrijft de arts voor „Extende crasse" (strijk dik uit), dan wordt de dikte 0,6 mM., „Extende ten ui ter" (strijk dun uit), dan wordt ze 0,2 mM. en „Extende tenuissime" (strijk zeer dun uit), dan mag ze niet meer dan 0,1 mM. bedragen.

De grootte der uitgestreken pleister moet steeds door den arts worden opgegeven; het best in centimeters. Uit vroeger tijd zijn nog afkomstig de volgende veelvuldig gebruikte uitdrukkingen:

magnitudine ehartae lusoriae (ter grootte van eene speelkaart, d. i. van eenen rechthoek van 9 cM. lang en 6 cM. breed); magnitudine vo/ae manus (ter grootte van eene handpalm, 8X8 cM.; magnitudine palmae manus (ter grootte van eene handpalm, 11 X 9 cM.;

magnitudine monetae florenae (ter grootte van een gulden); magnitudine florenarum 2,5 (ter grootte van een rijksdaalder). Wenscht de arts eene pleister van bijzonderen vorm en bijzondere grootte, dan doet hij het best, dien vorm op een papier aan te geven en bij het recept te voegen. Op 't recept vermeldt hij dan: „magnitudinis et formae ehartae allataë' (van de grootte en den vorm van nevensgaand papier).

Pleisters, die slecht kleven, worden in den regel nog omgeven door een rand van kleefpleister, welke rand 1 cM. breed is.

Om alle pleisters laat men een rand van 2 cM. breedte vrij. Hoeveel pleister per 1 cM-, noodig is, hangt af van het soortelijk gewicht der massa; gewoonlijk heeft men van loodpleister bevattende massas 120 a 150 mgr. per 1 cM-. noodig, van massa's, die geen loodpleister bevatten 100 120 mgr. per 1 cM-'.

De wijze, waarop men pleisters uitstrijkt, is weer afhankelijk van de consistentie van de massa. Harde en taaie pleisters worden door zachte verwarming week gemaakt, met een zacht verwarmden spatel op de onderlaag gebracht en daarop zoo gelijkmatig mogelijk verdeeld. Indien de geheele massa verbruikt is, strijkt men met een verwarmden spatel over de pleister heen, om haar overal even dik en tevens glad te maken.

Weeke pleisters worden met bevochtigde vingers op de onderlaag gebracht en met den duim uitgestreken; dezelfde manipulatie ondergaan harde pleisters, die met Aether en Spiritus tot eene plastische massa zijn gebracht. Indien men de pleistermassa te warm op de

Sluiten