is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding bij het onderwijs in receptuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apotheken een afzonderlijk, verstelbaar molentje (fig. 30), dat met succes door een goede, verstelbare koffiemolen kan worden vervangen.

Zouten en zuren worden bij voorkeur in een marmeren of steenen mortier of vijzel gepulveriseerd.

Op het pulveriseeren volgt het ziften, dat dient om te zorgen, dat geen te grove deelen onder het poeder komen.

Het spraakgebruik volgende, spreekt de Pharmacopee ook thans van de graad van „fijnheid" der poeders; juister zou zijn, zooals uit het onderstaande blijkt, te spreken van de graad van „grofheid".

Voor het ziften gebruikt men zeven, ronde trommels, waarvan bodem en deksel gevormd worden door strak gespannen kalfsvel. Een zeef bestaat uit drie gedeelten, een bak om het gezifte poeder op te vangen, een houten ring, waarin de zeef bodem of het diaphragma is gespannen, en een deksel. Deze drie deelen moeten zóó op elkaar sluiten, dat bij ziften zoo weinig mogelijk verlies door verstuiven plaats heeft.

Wanneer de bak onder den ring met den zeefbodem is geplaatst, wordt hierop het te ziften poeder gebracht, de zeef met het deksel gesloten en dan de zeef los op de handen geplaatst en zóó bewogen, dat het poeder voortdurend over den zeefbodem wordt heen en weer bewogen, waarbij de deeltjes die voldoende fijn zijn door de mazen in den bak vallen; de grovere blijven daarop achter en moeten opnieuw fijngemaakt en gezift worden. Dit houdt men vol tot men geen of bijna geen rest meer overhoudt. Ondersteld, dat de openingen van den zeefbodem b\, mM2. groot zijn, dan zullen natuurlijk niet alleen de deeltjes die juist zoo groot zijn daar doorheen gaan, maar ook alle deeltjes die fijner zijn, en alleen de deeltjes die grooter zijn zullen achterblijven, het verzamelde poeder is dus niet grover dan 3^ mM2.

Welke graad van fijnheid men ook van een poeder verlangt, het blijft noodzakelijk dat het geheele simplex, desnoods op een zeer kleine rest na, tot die graad van fijnheid wordt gebracht. Wanneer tnen 5 gram poeder van Secale cornutum ex tempore moet bereiden en dit doet door bijv. 10 a 20 G. Secale cornutum te malen en dan het fijne poeder af te ziften, zou men een groote fout maken. De simplicia toch zijn niet als de zouten homogene stoffen, maar bestaan uit verschillende deelen, die meer of minder hard zijn en dus niet even spoedig gepulveriseerd zullen worden.

Wanneer men nu na het stampen of malen het fijne poeder afzift en dit alleen gebruikt, zal dit poeder in samenstelling zeker niet