Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 26. Gedurige producten 44-

§ 27. De factoren in een gedurig product kunnen verwisseld worden 46-

§ 28. Twee factoren mogen vervangen worden door hun

product 48-

§ 29. Nog eens de waarde van een gedurig product. . 48.

§ 30. Vermenigvuldigen uit het hoofd 5°-

§31. Het gebruik van haakjes, enz 53.

§ 32. Het deelen SS-

§ 33. Andere deelingen 57-

§ 34. Weer drie namen 5&-

§ 35. Hoe men deelt S^-

§ 36. In welke deelen wordt het deeltal verdeeld ? . . 59. § 37. Goed kunnen vermenigvuldigen is een eerste ver-

eischte 60.

§ 38. De vorm van de deeling 61.

§ 39. Vereenvoudigingen 63.

§ 40. Nullen in 't quotiënt 65.

§ 41. Hoe vaak het gaat 67.

§ 42. Gaat het 5 maal? of meer? of minder? .... 70.

§ 43. Heb ik goed gedeeld? Ji.

g 44. Deelen uit het hoofd 72-

g 45. Haakjes 74-

g 46. Vragen en opgaven (no. i—40) 75-

g 47. Sommen (no. 41—75) . . . . 78.

g 48. Het oplossen van vraagstukken 86.

g 49. Vraagstukken om beredeneerdoptelossen(no.7Ó— 110) 90.

HOOFDSTUK II.

Het metriek stelsel.

g 50. Wat beteekenen de woorden: het metriekstelsel? 95.

g 51. Wat is meten en wegen eigenlijk? 96.

g 52. Hoe leert men de maten 99.

g 53. Hoe het stelsel van maten en gewichten ingedeeld is 102.

g 54. Lengtematen 103.

g 55. Vlaktematen 110.

Sluiten