Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tallen, of honderdtallen, of wat ook, voorkomen. Dan schrijft men

op de plaats daarvan een 0. Derhalve schrijft men 5 honderdtallen

en 6 eenheden zoo: 506, en niet 56, want dit laatste getal bestaat uit 5 tientallen en 6 eenheden. Door een o zorgt men dus, dat de eenheden, de tientallen, de honderdtallen enz. op de juiste plaats komen. En dat is noodig. want of zeker cijfer b.v. honderdtallen of duizendtallen voorstelt, is aan mets anders te zien

dan aan de plaats waar dat cijfer staat.

Wil men nu schrijven 12 miljoen en 6 honderd, dan merkt men alleen dit op: honderdduizendtallen, tienduizendtallen en duizendtallen zijn er niet, evenmin als tientallen en eenheden ; er komen dus 5 nullen in 't getal, dat zóó wordt geschreven :

12 000 600.

Heeft men nu echter dit getal: 32 miljoen 68 duizend 84, dan kan men wel zeggen, dat er geen honderdduizendtallen maar niet, dat er geen tienduizendtallen zijn ; immers

68 duizend = 6 tienduizendtallen en 8 duizendtallen. Zoo ook dit: 't is wel waar, dat de honderdtallen ontbreken,

maar de tientallen niet, want

84 = 8 tientallen -+- 4 eenheden.

Er komen in 't getal dus slechts 2 nullen, n.1. één op de plaats van de honderdduizendtallen, één op de plaats der honderdtallen, en 't getal ziet er zoo uit:

32 068 084.

't Is een heel gemak, als men nog hieraan denkt: Achter de duizendtallen komen steeds nog 3 cijfers, n.1. het cijfer der honderdtallen, dat der tientallen en dat der eenheden. Zijn er geen honderdtallen, geen tientallen en geen eenheden, dan ziet

men dus dit achter een getal : 000.

Zijn er geen honderdtallen, of tientallen, maar b.v. slechts

3 eenheden, dan ziet men achter de duizenden dit: 003.

Zijn er geen maar de lezer vult zelf wel in : wat

ontbreekt, wordt voorgesteld door een o.

De duizendtallen zelf hebben ook 3 cijfers: dat der duizendtallen, dat der tienduizendtallen en dat der honderdduizendtallen. Bij het uitspreken van groote getallen voegt men steeds de,

Sluiten