Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 tiend.t. 8 tiend.t. 8 tiend.t.

o duiz.t. o duiz.t. ^ O duiz.t.

6 honderdt. en werd: 5 honderdt. e" "°g 5 honderdt.

later;

o tient. 10 tient. 9 tient.

3 eenheden 3 eenheden 13 eenheden

Met de honderdtallen gaat liet evenzoo :

8 honderdtallen kunnen niet van 5 honderdtallen af; dus leenen we, maar niet van de duizendtallen, want die zijn er niet;

dus leenen we een tienduizendtal,

verwisselen dit voor 10 duizendtallen, en nemen daarvan één ; dan houden we 9 duizendtallen en krijgen 15 honderden.

/>) 300002 Nog meer nullen, maar de redeneering blijft 198567 dezelfde, n.1. zoo

De 7 eenheden kunnen niet afgenomen

worden van 2 eenheden,

we leenen dus, geen tiental, of honderdtal, enz., want die

zijn er niet,

maar een honderdduizendtal;

we verwisselen dit voor 10 tienduizendtallen;

een hiervan voor 10 duizendtallen;

een daarvan voor 10 honderdtallen;

een daarvan voor 10 tientallen;

een daarvan voor 10 eenheden,

en krijgen dan dit:

2999912

300002 198567

101435

§ !0. Heb ik goed afgetrokken ?

Om te onderzoeken of men goed heeft afgetrokken, herinnere men zich eerst het slot van § 7 (zie bladz. 1 5). Daar wordt geleerd, dat het aftrekken van een getal niets anders is dan het splitsen van

Sluiten