Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemt men herleiden, een zekeren vorm herleiden tot een anderen van dezelfde waarde. Waar dit noodig voor is ? Wie uitrekenen wil, (zie voorbeeld b): 1612 — (316 — 185) moet 2 aftrekkingen maken, wie 1612 -f- 185 — 316 wil berekenen, maakt één aftrekking en één optelling ; dit laatste is gemakkelijker.

Wie uitrekenen wil: (zie voorbeeld a) 687 — (324 -f- 168) zal 't niet zoo doen: 687 — 324 — 168, wat hetzelfde is, maar als men een vraagstuk heeft in dezen laatsten vorm, b.v.

1237 — 324 — 618 — 97 — 128 — . . . . dan schrijft men daarvoor

1237 — (324 + 618 + 97 + ,28)>

want voor 4 aftrekkingen krijgt men één optelling en één aftrekking. Zoo doet ook een timmermansbaas, die b.v. 150 guldens heeft, en 12 knechten moet betalen, de een ƒ6.50, de ander ƒ3.24, enz. Hij redeneert niet: wat had ik nog toen de eerste knecht betaald was, enz. enz., neen, hij telt op, wat hij heeft uitgegeven en trekt dan af van ƒ 150.

d) 2324 — J618 -f- (i324 — 618)| -f- 413 — [318 — (216 — 112) j.

De waarde van zoo n vorm kan op verschillende wijzen worden berekend. Men kan alles herleiden :

2324 — <618 + (1324 — 618) | + 413 — {318 - (216 — II2)| =

(en nu laat men de haakjes weg):

2324 _ J618 -f 1324 — 6i8{ + 413 — *318 — 216 + 1121 = (nu blijven ook al de accoladen weg):

2324 — 618 — '324 -)- 618 -)- 413 — 3*8 —216 — 112 = (2324 -|- 618 413 -|- 216) — (618 —(— 1324 318 —(— 112) =

3571 — 2372 = 1199.

Men kan ook wel successievelijk alles uitrekenen, eerst b.v. ,324 — 618 = 706 en nog 216 — 112= 104, zoodat men krijgt

2324 — (618 -|- 706) -|- 413 — (318 — 104) =

en dan berekent men 618 -j- 70b = 1324 en 3l8— 104 = 214 zoodat men heeft:

2324 — 1324 + 413 — 214 =

Sluiten