Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dat is een wijze van berekenen, die in 't algemeen veel te lang duurt, zoodat er iets op gevonden moet worden, om 't antwoord spoediger te vinden. Ken deeling leert het.

Iemand heeft een lat van 5 M. en zaagt die in stukjes van 25 c.M. Hoeveel stukken krijgt hij ? Een deeling leert het.

Iemand wil berekenen, hoeveel lagen steen er gaan in een muur van 54 d.M., als de steenen 6 c.M. dik zijn.

Hoeveel planken van 20 c.M. gaan er boven eikaar in een schutting van 3 M. hoogte? Een deeling leert het telkens.

Zoo zijn er ontelbaar veel gevallen ; wie om zich heen ziet heeft ze voor 't grijpen. Steeds hebben we te doen met twee hoeveelheden; een groote en een kleinere (bij de geheele getallen althans), en de vraag is steeds: hoeveelmaal kan de kleinste hoeveelheid worden afgenomen van de grootste ?

of: hoe groot is het aantal deelen, waarin de grootste hoeveelheid verdeeld kan worden, als elk deel gelijk is aan de kleinste hoeveelheid ?

óf, en hier zeggen we hetzelfde, maar in iets algemeener zin : hoeveelmaal is de kleinste hoeveelheid in de grootste begrepen ?

óf, en dit beteekent weer hetzelfde: hoe verhouden twee hoeveelheden zich tot elkaar ?

Dan eens bezigen we de eene uitdrukking, dat weer de andere. Neem ik meel uit een zak, dan zeggen we : hoeveelmaal kan ik er deze hoeveelheid afnemen; — een lat, een stuk land, een vel papier verdeelen we 't liefst in gelijke deelen ; maar voor beide zeggen we toch: hoeveelmaal is de eene hoeveelheid in de andere hoeveelheid begrepen ? Als van 2 jongens echter de een 3 en de andere 12 cents heeft, dan kan men die hoeveelheden niet best van elkander afnemen; 't liefst zeggen we dan: die centen verhouden zich als 1 tot 4.

Om het antwoord te vinden op die sommen, het antwoord, dat ons zegt: zooveelmaal, moet men cijferen, en dat cijferen heet deelen.

Maar .... het deelen heeft ook nog een andere beteekenis, en daarom knoopen we hier nog maar een g aan vast.

Sluiten