Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r) De rest, voluit geschreven, is 1288. In cc is daarvan niet meer geschreven dan 128, dat zijn de tientallen, omdat 1288 = 128 tientallen en 8 eenheden, enz.

d en dd hebben geen verklaring noodig.

Bekijken we den tweeden vorm goed, dan zien we dit:

eerst gaat het 3000 maal ; we schrijven in 't quotiënt een 3; de rest is 92 — 72 = 20; achter deze rest voegen we de 4 van het deeltal, en krijgen zoo 204; 't gaat nu 8 maal en de rest is 12 ; achter die 12 voegen we de 8 van 't deeltal, enz.

Telkens dus 3 handelingen : eerst zien hoe vaak het gaat . dan aftrekken ; daarna een cijfer van t deeltal achter de rest voegen. Dat gaat telkens door, tot men het cijfer der eenheden van het quotiënt gevonden heeft.

8 40. Nullen in 7 quotiënt.

Het gebeurt natuurlijk dikwijls, dat er in het quotiënt wel tienduizendtallen en honderdtallen voorkomen, maar geen duizendtallen of tientallen of eenheden. Op de ledige plaats schrijft men dan een nul-

Wie geen gebruik maakt van de bekortingen, die we wi de vorige paragraaf noemden, en die dus in het quotiënt krijgt b.v.

70000 600 6

70606

heeft daarmee in 't geheel geen moeite, als de deelen van 't quotiënt goed worden opgeteld, doch wie de cijfers van het quotiënt direct achter elkander in het antwoord schrijft, heeft veel kans zich te vergissen : hij vergeet de nullen, of schrijft ze niet op de juiste plaats. Dat mag natuurlijk niet, en daarom moeten we thans een paar voorbeelden beschouwen, waar nullen in t quotiënt voorkomen.

24 ) 73214 ( 3000 24 ) 73214 ( 3050

72000 5° 72

1214 3050 121

1200 12°

14

5

Sluiten