Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 42. Gaat het 5 maal P of meer r of vlinder

Zij, die nog niet veel gedeeld hebben, kunnen er soms geweldig naar zoeken, hoe groot het cijfer van het quotiënt moet zijn. Met een oogopslag echter moet men leeren zien, of 't cijfer klein is, bv. 1, 2 of 3, of groot, bv. 7, 8 of 9, of wel ongeveer 5. En ziehier hoe dit gaat:

Men bedenke, dat 5 maal een zeker getal precies de helft is van 10 maal dat getal; met 5 vermenigvuldigen is dus geen kunst. Zoo is :

5 X 26 = 13 tientallen, want de helft van 26 is 13 ; 5 X 247 = ruim 123 tientallen, dus ruim 1230; 5 X 846 = 423 tientallen, dus 4230;

5 X 158 = 79 tientallen, dus 790, enz.

In bovenstaande deeling (zie § 41), waar eerst 26 moest gedeeld worden op 156, ging het dus minstens 5 maal, want 156 is meer dan 130.

Later ging het heel wat meer dan 5 maal, want 209 is veel grooter dan 130 : en daarna ging het weer niet zoo vaak, want 209 is meer dan 182 (zie telkens het laatste voorbeeld in §41). Zoo kijke men telkens goed uit zijn oogen, of het 5 is, of véél meer, of wat minder.

We voegen hier nog een opmerking aan toe. Het gebeurt dikwijls, dat twee resten ongeveer gelijk zijn. In dat geval worden natuurlijk de cijfers van het quotiënt ook gelijk of ongeveer gelijk. Zie hier een voorbeeld. Eerst gaat het 9 maal, want 128 J 11517312 ( 89979 8 X 128 = 1024, en dat is minder 1024 dan 1151.

1277 fan moeten we 128 deelen op

1152 I277, op veel meer dus dan op

1253^ 1024; 't moet 9 maal gaan.

1152 I^an op 1253 ;'t gaat weer 9 maal,

1011 want 9 X I2& = 1152 ; we rekenen

8g6 dit natuurlijk niet opnieuw uit. Dan

~i ïc2 deelen we 128 op 1011 ; 't gaat geen

1152 8 maal, want we weten reeds: 8 X

q 128 = 1024; 7 maal gaat het dus.

Sluiten