Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3e. 36 X 3 = 108 i 's h'j dus 108 jaar .5 Neen, zeker niet, want dan zou hij over 36 jaar 3 X 108 = 324 moeten zijn. Vermenigvuldigen moeten we dus ook al niet! Dan zeker deelen 1 Zie maar

4e. 36 : 3 = 12; is hij dus 12 jaar ? Dan moet hij over 36 3 X 12 zÜn> maar dat is niet zoo, want 36 -f- 12 = 48 !

Zoodat er noch opgeteld, noch afgetrokken, noch vermenigvuldigd, noch gedeeld moet worden. En toch moet de som gemaakt worden !

Om zoo'n som te maken, moet men bqginnen met zich eens goed voor te stellen, wat er eigenlijk staat. Driemaal zoo oud worden, wat is dat? Wie nu 8 is, is dan 24; wie nu 10 is, is dan 30; wie nu 15 is, is dan 45 ; enz. En nu vragen we:

Hoe lang duurt het, voor iemand van 8 jaar er 24 is: Immers 16 jaar 1

Hoelang, voor iemand van 10 jaar er 3° 's' Immers 20!

Hoelang, voor iemand van 15 jaar er 45 is.' Immers 30!

Hoelang, voor iemand van 20 jaar er 60 is? Immers 40!

Zie die getallen eens aan ! Zijn de voorste niet de helft van de laatste? Zonder twijfel : 8 is de helft van 16, 10 van 30, 15 van 30, 20 van 40, — en als we dit verschijnsel onder woorden brengen, dan moeten we dit zeggen :

a) het eerste getal is de leeftijd van thans;

b) het derde segt hoe lang het duurt voor men 3 maal zoo oud is;

c) het eerste getal is de helft van het laatste.

Komen we nu terug op ons vraagstuk, dan lezen we : Over

jaar, dat is: het duurt nog 36 jaar. Dat is dus wat we noemden onder b. En dan : hoe oud is hif nu.- Dat is wat we in a bedoelden. En nu zegt c ons hoe de som gemaakt moet worden : wc moeten 36 deelen door 2. Dus toch deelen! maar niet door 3. Onze «iemand» is thans de helft van 3^> of '8 jaar oud.

Dat dit waar is, kunnen we onderzoeken, en wel zoo: Over 36 jaar is hij 18 -|- 36 = 54, en dat is 3 X l8-

Vatten we nu de geheele redeneering in 't kort samen, ckm hebben we dit:

A.ls iemand ? maal zoo oud wordt als nu, dan duuii dit nog

Sluiten