Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 40. Vraagstukken om beredeneerd op te lossen.

76. 12 mannen en 10 vrouwen ontvingen te zamen f 142. Wat bekwam ieder, als 1 man en 2 vrouwen samen f 20 ontvingen ? Dit vraagstuk kan op twee manieren opgelost worden.

i man en 2 vrouwen ontvingen samen f 20, dus 5 mannen en 10 vrouwen samen . . . . X 20 = f • De 7 mannen, die er nog meer zijn, ontvingen dus samen f . . enz.

77. Een aannemer van een huis besteedt het verven en het smidswerk uit, te zamen voor f 110. Het smidswerk kost hem f 25 meer dan het verven ; wat kost hem dan elk werk ?

78. Tel ik het aantal roggebrooden, dat iemand in den winkel heeft, 3 keer, en het aantal tarwebrooden 2 maal, dan bekom ik samen 58 brooden ; tel ik echter het eerste aantal 6 maal, en het tweede 5 maal, dan bekom ik 130 brooden. Hoeveel brooden zijn er nu werkelijk ?

3'maal de roggebrooden en 2 maal de tarwebrooden = 58 brooden, dus

6 maal „ „ „4 maal „ „ = enz., en omdat

6 maal „ „ „5 maal „ „ =130 brooden, is enz.

79. In een weide loopen 123 dieren, en wel lammeren, schapen en koeien. Het aantal schapen is 12 grooter dan het aantal koeien, en het aantal lammeren weer 36 grooter dan het aantal schapen. Hoeveel dieren zijn er van elke soort?

Doe in die weide zooveel koeien en zooveel schapen, dat het aantal zoo groot is als dat der lammeren.

80. Drie zusters hebben samen f 45.60 verdiend met het trekken van vlas. Het aantal schooven van elk harer verhoudt zich als 3, 4 en 5, doch bij het uitrekenen vergissen ze zich : ze meenen, dat de verhouding is als 4, 5 en 6. Wie lijdt nu schade en hoeveel ?

Het aantal schooven verhoudt zich als 3, 4 en 5, d. w. z. de een heeft zoovaak 3 schooven getrokken als de andere 4 en de derde 5, en de een komt dus ook even dikwijls 3 cent toe, als de tweede 4 en de derde 5 cent.

81. Een koopman verkoopt 1600 eieren voor f 48. Hij wint zooveel als hem 400 eieren gekost hebben. Hoeveel kostten hem 100 eieren ?

Vraag eer^t : hoeveel eieren had hij kunnen koopetl voor f 48.

Sluiten