Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vijf maal de huur van de eene is evenveel als 9 maal de huur prijs van de andere. Hoe groot is de luiur van elke woning?

102. A en R huren een stuk bouwland voor f 108, en oogsten daarvan 450 H.L. aardappelen. Als A 50 H.L. aardappelen meer ontvangt dan 15, hoeveel moet elk dan van den huurprijs betalen ?

Denk bij zulke sommen niet aan arbeidsloonen enz., als er niets van gezegd wordt. Houd alleen rekening met wat er in de opgave gezegd wordt.

103. Door in een aftrekking het cijfer van de eenheden van den aftrekker weg te laten, wordt het verschil 149?2 te groot. Als het weggelaten cijfer een 9 was, hoe groot was dan de aftrekker ?

104. Twee getallen zijn samen 100. Deelt men ze op elkaar, dan is 't quotiënt 7 en de rest 4. Welke getallen zijn het ?

105. Een jongen moest een getal met 55 vermenigvuldigen, maar hij vergat «in te springen , en kreeg nu 1850 tot product. Hoeveel had hij moeten krijgen ?

Hij moest vermenigvuldigen met 5 en later met 50, maar omdat hij 't inspringen vergat, vermenigvuldigde hij de tweede maal weer met 5.

106. Ken daghuurder verdient in twee weken te zamen ƒ 24, maar in de tweede week ƒ 6 minder dan in de eerste. 1 loeveel verdiende hij elke week ?

107. Een getal moet vermenigvuldigd worden met 14, maar men vergeet in te springen en bekomt nu een product, dat 478728963 te weinig is. Hoe groot had het antwoord moeten zijn ?

108. Men deelt een getal door 32 ; het quotiënt is 24335 minder dan het deeltal. Hoe groot is het deeltal ?

109. Iemand moet een getal vermenigvuldigen met 37, maar telt die 37 er bij op. Hij krijgt nu 28763 te weinig. Hoe groot was het vermenigvuldigtal ?

110. Wanneer men een getal met 240 vermindert of door 16 deelt, bekomt men hetzelfde antwoord. Welk getal is dit?

Sluiten