Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men moet trachten al die maten te zien, en sommige in al de vormen waarin ze mogen bestaan. Evenals bij de lengtematen geven we hier eenige aanwijzingen, waar men de maten vinden kan. Die voor droge waren bij de handelaren in die artikelen, d.w.z. de handelaren in granen en meel, in ooft, in kruidenierswinkels (in de meeste streken van 't land althans; in sommige streken verkoopt men alles bij t gewicht), bij steenkolenhandelaren, misschien ook wel eens bij den turfhandelaar. Maar't spreekt vanzelf, dat deze laatste bij zijn handel nooit behoefte heeft aan een deciliter, wel aan een maat van 2 H.I.. Ken graanhandelaar daarentegen zal nooit een maat van 2 H.L. gebruiken, want hij heeft geen zakken, die meer graan kunnen bevatten dan I H.L., en bovendien zijn 2 H.L. graan ook te zwaar, om in een zak overgestort of bij een ladder opgedragen te worden (2 H.L. gerst weegt ± 120 K.G.).

I)e maten van 2 H.L.., i H.L. en een halve H.L. hebben soms den vorm van een ton (in 't midden wijder dan boven en beneden), doch men ziet ze niet veel meer.

Verschillende van de groote maten vindt men bij melkhandclaren en bij de groote petroleumwagens, welke hunne artikelen afleveren aan wederverkoopers. Voorts vindt men de hooge vochtmaten in de lokalen, waar dranken verkocht worden bij de maat. Maar het groote publiek spreekt nooit van H.L., van d.L. enz.; 't is altijd nog mud (voor H.L.),, kop (L. voor droge waren), kan (id. voor natte waren), maatje (voor d.L.), schepel (D.L. voor droge waren; een D.L. natte waren noemt men nooit een schepel, steeds io kan), enz.

Vraagt men, waarom al die maten noodig zijn, dan kan men een duidelijk antwoord krijgen bij den graanhandelaar, wanneer hij b.v. een partij graan van 569 L. heeft en die moet meten. Kan hij enkel beschikken over L., D.L., enz., dan zou hij moeten meten:

5 maal een partij van 1 H.L.

6 » » » » 1 D.L.

9 » » » » 1 I,.,

of omdat graan nooit gemeten wordt met een grootere maat dan

Sluiten