is toegevoegd aan uw favorieten.

Practisch rekenonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet. moet de deeling maar uitvoeren. I>e eerste geeft tot quotiënt 185, tot rest 7. De 185 zegt: zooveel maal zijn er 10 tienden, zooveel maal is er 1 geheel. De 7 z'jn tiende deelen, die er overblijven. Zoo is dus

1857 t. = 185.7.

Men berekene nu zelf de andere. Men vindt dit:

62389 h. = 623.89.

172009 d. = 172.009.

58200065 m. = 58.200065.

Om honderdsten te herleiden tot geheelen, schrijven we dus een punt 2 plaatsen van rechts; zijn het duizendsten, dan 3, tienduizendsten, dan 4, miljoensten, dan 6, enz.

Wat hier in deze paragraaf voorkomt, komt telkens te pas in elke vermenigvuldiging en in elke deeling, waarin decimale getallen voorkomen.

§ 71. Vermenigvuldiging van ticndeeligc breuken.

a) De vermenigvuldiger is een geheel getal.

We nemen maar een voorbeeld: Als / M. laken f 3.25 kost, wat is dan de prijs van 25 M. r Ziehier:

f 3.25 Er wordt eenvoudig vermenigvuldigd, alsof

25 er geen decimaalteeken in het vermenigvuldig-

1625 tal stond, alsof f 3.25 dus was: 325. Men kan 650 zich dat ook gemakkelijk voorstellen ; immers

f 81.25 f 3.25 = 325 centen. Wanneer we 't niet hebben over guldens, maar over iets anders, waarvan het honderdste deel geen afzonderlijken naam draagt, dan hebben we echter toch steeds :

3.25 = 325 honderdsten. We vermenigvuldigen dus eenvoudig 325 met 25, en denken er dan aan: de 325 zijn honderdsten, liet antwoordt luidt: 8125, d.w.z. 8125 honderdsten. Deze worden nu herleid tot geheelen, tot 81.25. In 't kort is de redeneering dus zoo: 25 X