Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het decimaalteeken dus telkens i plaats verder naar links, omdat de maat telkens 10 maal zoo groot wordt (M., D.M., H.M., K.M.) en 't getal voor die maat daarom 10 maal zoo klein (729, 72.9, 7.29, 0.729, 0.0729, 0.00729).

Een ander soort van vraagstukken : Waaraan is 72.935 H.M. gelijk ? Achter het decimaalteeken staan de tiende deelen ; de 9 stelt dus tiende deelen van H.M. voor, dus D.M. Daarop volgen 3 honderdsten van HAT., dan 3 duizendsten, zoodat we hebben : 72.935 H.M. = 72 H.M., 9 D.M., 3 M., 5 d.M.

Zoo is ook :

8.67859 K.M. = 8 K.M., 6 H.M., 7 D.M., 8 M., 5 d.M., 9 c.M., en dit kan weer zoo worden gelezen:

8.67859 K.M. = 8 K.M., 67 D.M., 859 c.M.,

of op welke wijze men 't ook wil.

De zaak is dus deze: De op elkaar volgende lengtematen verhouden zich als 1 tot 10. Om deze verhouding uit te drukken, maakt men gebruik van de tiendeelige breuken, want de op elkaar volgende eenheden der verschillende orden verhouden zich op dezelfde wijze.

De herleiding der lengtematen bestaat in het herleiden van groote maten tot kleine, en van kleine tot groote. 't Is hetzelfde als wat we ook hebben bij de geheele getallen. Wanneer men echter alleen over geheele getallen kan beschikken, zijn de herleidingen beperkt; nu is dat niet het geval. Hebben we 87 M. te herleiden tot d.M., c.M., m.M., dan kan men dat, als men de geheele getallen kent:

87 M. = 870 d.M. = 8700 c.M. = 87000 m.M.,

maar vraagt men 87 M. te herleiden tot D.M., H.M. en K.M., dan kan dit alleen geschieden door middel van decimale breuken : 87 M. - 8.7 D.M. = 0.87 H.M. = 0.087 K.M. = 0.0087 M.M.

Nog eenige voorbeelden :

86.782956 K.M. = M.

Omdat 1 K.M. = 1000 M., moet het gegeven getal met 1000 vermenigvuldigd worden ; de punt komt dus 3 plaatsen naar rechts, tusschen de 2 en de 9.

Sluiten