Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

826.78326598 K.M. 2 = 826 K.M.'-,78 H.M.2,3 2 D.M.2,65 M.2,98 d.M.2 Wil men niet alle maten afzonderlijk opnoemen, maar vraagt men b.v.:

826.78326598 K.M.2 = d.M.2,

dan kan dit natuurlijk berekend worden na de eerste herleiding.

Maar als men zich even herinnert, dat 1 K.M.', — 100 H.M.a, 826 K.M.S dus 82600 H.M.1, dan is

826.78326598 K M.' — 82678.326598 H.M.'

en op dezelfde wijze

= 8267832.6598 D.M.2

= 826783265.98 M.'

= 82678326598 d.M.2 Telkens wordt de maat 100 maal zoo klein, en het getal voor de maat dus 100 maal zoo groot.

Op deze wijze maakt men alle herleidingen. Wil men dit berekenen :

46.3826597 H.M.2 = m.M.2,

dan redeneert men op deze wijze : Schrijft men het decimaalteeken achter de 8, dan heeft men D.M.2,

achter de 6, dan heeft men M.2,

achter de 9, dan heeft men d.M.2,

met 1 nul achter de 7 heeft men c.M.2,

met nog 2 nullen heeft men m.M.2 :

46.3826597 H.M.2 - 463826597000 m.M.2.

d) Herleiding van ruimtematen. Men herleze eerst § 60, dan weet men direct, dat

1 d.M.3 = 0.001 M.3 1 M.3 = 0.001 D.M.3 enz.

Was de verhouding van twee op elkaar volgende vlaktematen steeds als 1 tot 100, bij de ruimtematen is die verhouding steeds als 1 tot 1000. Maar afgezien van dit verschil herleidt men de ruimtematen op dezelfde wijze als de vlaktematen. Zonder moeite begrijpt men dus de volgende voorbeelden :

17 d.M.3 — 0.017 M.3 = 0.000017 D.M3, enz.

Sluiten