Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

percenten uit te drukken. Dat wil zeggen: in honderdste deelen.

Iedereen heeft meermalen het woord percent hooren zeggen. Men spreekt van geld leenen tegen een rente van 4 percent, of iets dergelijks. Wie zijn geld aan anderen ten gebruike afstaat, verlangt daarvoor een zekere vergoeding, die grooter of kleiner wordt, naarmate het uitgeleende kapitaal grooter of kleiner is, en deze vergoeding wordt niet aangegeven van de geheele geldswaarde tegelijk, maar steeds wordt gezegd: van eiken gulden wordt zooveel cent, van elke honderd guldens zooveel guldens betaald. Men begrijpe dit vooral goed, want het staat in verband met een paar aan te leeren woorden. Een stuk land kan verhuurd worden »in massa«, maar ook per H.A.; in dit laatste geval wordt de huurprijs van het geheele stuk gevonden door den eenheidsprijs te vermenigvuldigen met het aantal hectaren. In geldzaken handelt men steeds op de laatste wijze. Nooit zegt men: ge zult me van deze f 1500 elk jaar 40, 50, 60, 80. ioo, of meer guldens huur geven, maar steeds zegt men : van elke f 100 betaalt ge 4, 5, 6 guldens of hoe dan ook. Of liever: dit zegt men niet, maar men bedoelt het, en drukt zich uit in deze woorden : van de f 1500 wordt elk jaar 4, 5, 6 percent rente betaald. Het woord rente ziet op den eenheidsprijs voor de vergoeding ; en die vergoeding bedraagt voor het geheele uitgeleende kapitaal dus 15 X 4 guldens = 60 guldens, en 15 X 5 guldens = 75 guldens, als de rente 5 percent is. Hier noemen we ook het woord intrest: de 60 en 75 guldens, die we hadden, m. a. w. de geheele vergoeding. Van een kapitaal van f 1000, dat uitstaat tegen een jaarlijksche rente van 5 percent, wordt dus elk jaar f 50 intrest ontvangen.

Het woord percent wordt door een teeken aangeduid door °|fl. Ziet men dus geschreven 4 0 0, dan leest men zulks 4 percent; komt men tegen: 25 0 0, dan leest men 25 percent.

Dit alles is zeer eenvoudig. SA

In de practijk van het leven, en in de rekenboeken evenzeer, ontmoet men vele vraagstukken, die alle op het vorige betrekking hebben. Alle vraagstukken handelen over : kapitaal rente, intrest, en dikwijls ook over den tijd, waarin het kapitaal

Sluiten