is toegevoegd aan uw favorieten.

Practisch rekenonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67.5 d.M. lang en 0.72 D.M. breed. Als beide bakken even groot zijn, hoe diep is de tweede dan?

197. Men heeft 480 K.G. rijst van f 0.16 de K.G. en een betere soort van f 0.22. De geheele partij wordt door elkaar gemengd en verkocht met 5 ö(ü winst voor f 115.29. Hoe groot was de tweede partij ?

198. Welk deel is 1 m.G. van 1 K.G.?

0.01 d.S. van 1 K.L.?

1 c.M.* van 1 H.A.f

0.01 L. van 1 D.S. ?

0.0001 H.A. van o. 1 A ?

199. Iemand koopt 150 K.G. rijst van f 11.20 de 100 K.G. Bij het verkoopen is er 20 n>0 bedorven ; de winst is nu 25 ° -n. Hoeveel zou de koopman gewonnen hebben, indien er half zooveel bedorven was?

200. Welk kapitaal moet 2 jaar tegen 6 rt]Q op samengestelden intrest uitstaan om aan te groeien tot f 2752.82?

201. Van 1 Januari tot 1 Juli 1906 vertrokken van Hamburg 94494 landverhuizers; in 1907 gedurende hetzelfde tijdperk 121501. Met hoeveel percent nam het aantal landverhuizers toe ?

202. Voor Bremen zijn dezelfde cijfers 223230 en 269882. Met hoeveel percent nam daar het aantal toe ?

203. Op 31 Dec. 1849 telde Nederland 3.056.879 zielen, op 31 Dec. 1896 4.928.658. Druk de toename in percenten uit.

204. Amsterdam telde 31 Dec. 1849 224035 zielen, 31 Dec. 1896 494189. 1 Aug. 1907 564284. Met hoeveel percent nam het aantal inwoners toe gedurende de beide tijdperken ?

205. De inklaringen in Amsterdam en Rotterdam bedroegen in netto tonnen :

Amsterdam. Rotterdam.

in 1880 720000 1681000

1885 1015500 2120500