is toegevoegd aan uw favorieten.

Practisch rekenonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22/- Een winkelvereeniging keert 12 0 () uit. Iemand ontvangt f 6.60. Hoeveel had hij gekocht ?

228. Amsterdam telde op 1 Sept. 1907 564474 zielen. Met hoeveel °j0 nam de bevolking in Augustus 1907 toe (zie 110. 204) ?

229. Twee kapitalen, waarvan het eene dubbel zoo groot is als het andere, staan op intrest uit, het kleinste tegen 4, het grootste tegen 3 0 0. Na hoevele jaren is de intrest van beide kapitalen zoo groot als het kleinste kapitaal? J)

230. Een koopman heeft zijn waren verkocht, en berekent dat hij juist 5 °j0 van den verkoop heeft gewonnen. Hoeveel °|0 is dat van den inkoop ?

231. Iemand wint 15 °j0. Hoeveel n;0 is dat van de som van in- en verkoop ? En hoeveel "j0 van het verschil tusschen in- en verkoop ?

232. 2.04 °J0 van een kapitaal is juist f51. Hoe groot is dat kapitaal ?

233. Iemand verkoopt een partij goederen met 20 °|0 winst Hij geeft echter 5°|0 korting. Hoeveel °io wint hij nu ?

234. Een partij waren wordt verkocht met io°|() winst. Doordien korting gegeven wordt, bedraagt de winst slechts 5.6 °|0. Hoeveel bedroeg de korting ?

235. Twee kapitalen, samen f 1500 groot, staan op intrest. Als het eene uitstaat tegen 40 0 en het andere tegen 5 °i0, wordt gevraagd naar de grootte der beide kapitalen, als de jaarlijksche intrest f 65 bedraagt.

236. Iemand verkoopt zijn goederen voor f 1293.60, en wint daardoor 5 °|0. Als hij f 182.10 minder had ontvangen, hoeveel °0 had hij dan verloren?

237. Iemand zet f 2000 op intrest tegen 5 0 <> 'sjaars. Twee jaar later zet hij f 3000 uit, tegen 4 °|n. Na hoeveel jaar hebben beide kapitalen evenveel intrest opgeleverd ?

') Waar niet uitdrukkelijk gesproken wordt van samengestelden intrest, wordt steeds enkelvoudige intrest bedoeld.