Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

effectenbeurs b. v., maar overigens maakt het dagelij ksch leven van de gewone breuken niet veel gebruik.

Toch wordt de kennis der gewone breuken van ieder gevergd, die prijs stelt op algemeene ontwikkeling, en de kennis dezer breuken wordt verlangd op elk examen, 't Is dus noodig zich een juiste voorstelling te vormen van de verschillende breuken, ook, om daardoor de hoofdbewerkingen te kunnen begrijpen en te kunnen uitvoeren.

Hoe krijgt men een achtste en een zestiende? Door een geheel, laat het zijn een appel, een vel papier, een lijn, in 8 of 16 gelijke deelen te verdeelen. Elk van die deelen heet dan

8 °f A-

't Is noodig hier even te wijzen op het verband tusschen 2' 1' i» lV ^ e nemen daartoe een vel papier, en verdeelen het in 2 gelijke deelen. Nog een vouw, en het is in 4 gelijke deelen verdeeld. Slaan we 't open, dan blijkt het, dat elke helft verdeeld is in tweeën. Maken we nog een vouw, dan is 't in achten verdeeld; elk deel heet nu een achtste. Slaan we 't vel weer open, dan blijkt het dat elk vierde deel is verdeeld in tweeën (] =5) en elke helft in vieren (J, = -;J). En als we nu nog eens vouwen, zien we, dat het geheel is verdeeld in 16 gelijke deelen ; elk deel heet dan een zestiende. Weer opengeslagen hebben we 't volgende voor ons:

twee zestienden zijn gelijk aan een achtste of -A = £ ;

vier » > » » » vierde » ^ \;

acht » > » > » half » -A- = -J ;

en zoowel door aanschouwing als door redeneering weten we dat:

3 _ JL • 5 _ IJ. . 3 14. 3 — .

8 16' 8 1 B > 8 16' 4 — 1 B '

en bovendien :

1 4- JL = _9 5 I 1 _ 11 , 1 — u,

2 ' 1B 1fi > 8 I 1S 1fi > 1 16 1B *

Van zulke kleinigheden moet men zich goed overtuigen. Ook al kan men het vorige, al lezende, begrijpen, toch is het noodig werkelijk uit te voeren wat hier beschreven werd.

Met de verdeeling van het vel papier kan men doorgaan ; eerst nog eens in tweeën, en er ontstaan twee cn dertigste deelen, dan, als we telkens weer in tweeën vouwen : vier en zestigsten, enz.

Sluiten