is toegevoegd aan uw favorieten.

Practisch rekenonderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval H.L. De streep en rle 1000 van ,12,, zijn slechts noodig om de grootte der eenheden aan te duiden ; anders beduiden ze niets.

Men kan echter nog een andere beteekenis hechten aan de breukvormen van de vorige bladzijden, aan r^0> enz. Het vier en twintigste deel van een vel papier wordt aangeduid door 2\, en het vier en twintigste deel van 16 vellen zal dus 16 maal zijn, dus. Daar is geen verschil in of men het 24e deel neemt van 1 vel, en dan 16 van die deelen, óf van 16 vellen telkens als deze vellen slechts even groot zijn. Maar in 't eerste geval heeft men :

16 vier en twintigsten van 1 vel,

en in 't laatste :

het vier en twintigste deel van 16 vellen.

Hieraan kan men bij eiken breukvorm denken, zoodat dus ook kan zijn: het iooe deel van 12; ^ het 525e deel van 49,

het 557e deel van 328 enz.

Een breukvorm kan dus ook voorstellen : het quotiënt van twee getallen.

Die getallen, zooals later blijken zal, kunnen geheele getallen zijn, maar ook, een van beide, of beide, gebroken.

§ 80. Een rij namen.

Zooals bleek, is er bij elke breuk één getal, dat aanwijst, in hoeveel deelen het geheel is verdeeld. Dat getal heet de noemer der breuk.

Er is ook een getal, dat aanwijst hoeveel deelen van het geheel er genomen worden. Dat getal heet de teller. In £ is dus 5 de teller, 8 de noemer; in is 7 de teller, 12 de noemer.

Het aantal deelen, dat door den teller wordt aangewezen, kan kleiner, maar ook grooter zijn dan het aantal, dat door den noemer wordt aangewezen. Is het aantal grooter, dan is het natuurlijk niet mogelijk dat aantal deelen te vormen van één géheel; er moeten dan 2 of meer geheelen verdeeld worden. Om £■ te krijgen verdeelt men een geheel in 8 gelijke deelen en neemt daarvan 7; om y> te krijgen, moet men twee geheelen verdeden,