Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 00. Samengestelde breuken.

Wanneer teller en noemer beide, of een van beide, gebroken getallen zijn, dan heelt men een samengestelde breuk (g 80) 2 46 7t .. .

3!,' 6' 10Z1^n s samcnSeste'de breuken. Wanneer we

ons even herinneren, dat een breuk ook de uitdrukking kan zijn voor het quotiënt van twee getallen, dan hebben we hier dus niets bijzonders.

Samengestelde breuken kunnen we met elkander vermenigvuldigen en deelen, bij elkaar optellen en van elkaar aftrekken, evenals eenvoudige breuken, en op precies dezelfde wijze. Daarom is

JL V 4} _ 2 X 4\ _ 8? 3a 6 3J X 6 ~ 21' CnZ'

doch dit is meer van theoretisch belang dan van waarde voor

de practijk. Immers, in al die gevallen, waarin bewerkingen

met samengestelde breuken moeten uitgevoerd worden, is het

veel gemakkelijker vooraf die samengestelde breuken te herleiden

tot breuken, waarvan teller en noemer geheele getallen zijn.

En dit nu is het eenigste, dat we omtrent deze zaak zullen bespreken.

Dat herleiden is niets anders dan het quotiënt bepalen van teller en noemer op de wijze, zooals dit te vinden is in § 89. Ziehier eenige voorbeelden :

2 2 ,

7ï = -r=~X2=A

3 2 2 7 7. li=V = 1 v2I=ü_ 7

6 6 6^5 30 10.

= 11 = 4 v ü — 30 ioÏ V 43 2 43.

8| _ V _ I y 4? _ 2

21 21 21 s ~ 5.

De teller wordt dus vermenigvuldigd met het omgekeerde van den noemer; ziedaar alles.

Sluiten