Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soms is 't eenvoudiger teller en noemer met hetzelfde getal te vermenigvuldigen, voornamelijk als slechts een van beide een gebroken getal is. Het eerste, tweede en vierde voorbeeld kunnen zoo herleid worden :

van 't eerste vermenigvuldigt men teller en noemer met

"Ti

4I

van 't tweede met 5 : ? = | i = ;

S •*

van 't vierde met ? : ' = A2- = ?

3 21 10°

en in 't derde voorbeeld, waar het K.G.V. van 2 en 4 : 4 is, kan men teller en noemer met 4 vermenigvuldigen :

;j = 4 x 7| _ 30

iof 4 X lof 4;i'

maar in 't algemeen is deze wijze van herleiden niet mogelijk, en vermenigvuldigt men den teller met het omgekeerde van den noemer :

82. 4 ü

—3. _ _a_ _ 4« — 37 8 13 9

nl u# 118 Ar — 59 0 — 2 95 •

1 J 9 9

§ 91. Herleiding van tiendeelige breuken tot gewone en omgekeerd.

Tiendeelige breuken kunnen tot gewone herleid worden. Men begrijpt zonder verdere toelichting deze voorbeelden :

°-8 = h) ! °-27 = i'Vö > 0-625 = iVo°0' enz- 't Is dezelfde zaak, op twee geheel verschillende wijzen in cijfers voorgesteld.

Moet men gewone breuken herleiden tot tiendeelige, dan doen we 't gemakkelijkst door de breuk te beschouwen als het quotiënt van twee getallen (zie § 79). Moeten f en ^ herleid worden tot tiendeelige breuken, dan deelen we dus 8 op 5 en 125 op 64, op de wijze zooals dit is aangegeven op blz. 175, bij e behandeling der tiendeelige breuken.

„Practiscu Rekenonderwijs". j5

Sluiten