Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°j0, op de tweede, die f 10 grooter is, 3 °|0, en op de derde, die nog f 10 grooter is, 3^ °|0. Als de korting in 't geheel f 4.60 bedraagt, hoe groot is dan de eerste rekening ?

352. Zekere geldsom wordt verdeeld onder A, B en C. A ontvangt j1,. en f 40, B 3 maal zooveel en C f 80 meer dan de helft. Hoeveel ontvangt elk ?

353. Iemand moest een getal vermenigvuldigen met 6.08, doch zag de punt en de nul over 't hoofd en vergat «in te springen». Welk deel van het gevonden product had hij moeten krijgen ?

354. Bereken den intrest van f 1650, gedurende 135 dagen1), als het kapitaal uitstaat tegen 4^ °|0.

355. Iemand vereenvoudigde een breuk, maar nam den noemer 12 te groot, waardoor hij ? in plaats van 4 bekwam. Welke breuk was het?

356. Iemand heeft de 4 termen eener evenredigheid alle met hetzelfde getal vermeerderd en kreeg toen de valsche evenredigheid : 20 : 24 = 23 : 28. Welke was die evenredigheid ? 2)

357. Als de zon 'savonds te 6.15 ondergaat, welk deel is de nacht dan van den dag ?

358. Een getal bestaat uit 4 cijfers, die telkens met 1 opklimmen. Men neemt een ander getal, uit dezelfde cijfers bestaande maar in omgekeerde volgorde. Hoeveel verschillen die getallen ?

359. Hoeveel maanden, dagen, enz. is 0.333 jaar? l)

360. Iemand moet een getal vermenigvuldigen met 0.685, maar springt in plaats van 1 telkens 2 cijfers in. Hoereel maal wordt het product nu te groot ?

') In zulke vraagstukken rekent men i jaar op 12 maanden van 30 dagen. *) Maak hier gebruik van de eigenschappen der evenredigheden.

Sluiten