Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft de albemoeiingeii der heeren van 't zoogenaamde oudkapittel van Haarlem, die zich heel wat, zeer betwistbaar gezag aanmatigden. Niet méér dan volstrekt gevorderd wordt zal ik daarbij verwijlen en, in de overtuiging dat er binnen en buiten Troije's vesten gezondigd is, zal ik mij, buiten gebiedende noodzakelijkheid, van alle beoordeeling onthouden. De hoofdzaak is toch overbekend en raakt onzen Krijtberg niet meer dan de overige reguliere staties te Amsterdam en elders."

De hoofdbron, waaruit ik putte, is de verzameling van bescheiden, getiteld Acta missionis batavae S. J. of „Handelingen der Jezuïeten-missie in Nederland", in handschrift berustend ten rijksarchieve te Brussel.

De overige geschiedbronnen staan nauwkeurig aangegeven aan den voet der bladzijden.

Een enkel woord echter over de veelvuldig benuttigde doop- en trouwboeken moge hier eene plaats vinden.

In een der jongste doopregisters der Krijtbergkerk staat op 25 Juli 1811 het volgende aangeteekend - „Tot hiertoe vindt men de namen enz. der gedoopten in het doopboek, dat op het stadhuis afgegeven is. Zie den 9a Augustus 1811."

En op den aangewezen 9" Augustus lees ik: „Zijn volgens eene circulaire der Mairie van den 18'1 Juli, de doopboeken der Roomsch-Catholijke kerk, genaamd de Krijtberg, aan de griffie der voornoemde Mairie op het stadhuis tegen recief afgegeven, als volgt:

„N0 I in 4", beginnende den 2n December 1663 tot 1690,

den 30n December inclusive.

„N° II in 12J, beginnende den 1411 Januari 1691 tot 1700,

den 28n December inclusive.

,,N° III in folio, beginnende den 6n Januari 1701 tot 1789,

den 12" December inclusive.

„N0 IV in folio, beginnende den 15° Februari tot 1811, den 25n Juli inclusive, waarna ook de kinderen in de registers van den burgerlijken stand ingeschreven zijn moesten,"

Sluiten