Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Intusschen liep dat onheilspellend gemompel door alle wijken en straten heen, en partijschappen, erger dan die van Sylla en Marius, schenen uit Italië naar 't land der Bataven overgehuisd te zijn. Elke partij had hare verdedigers gevonden. Gomarus wilde niets weten van dat slechts 40 jaren oude geloof: hij klaagde er over, dat het door vreemde inmengsels verbasterd was. De Arminianen beweerden dat zij ten onrechte uit hunne bezitting werden gestooten, door het handschrift des Apostels bevestigd: beiden streden over de erfenis in de stad. En wijl ze dat niet op gerechtelijke wijze doen konden, wilden zij met het zwaard zich die erfenis toeeigenen. Derhalve werden op verscheidene plaatsen en pleinen plakkaten aangeplakt, die eene belooning toezegden aan degenen, die op den 2den Zondag van den Vasten gewapend zouden aanwezig zijn; zij zouden daarenboven een heerlijken buit van de Arminianen wegdragen.') Uit de lagere volksklasse der stad ontbrak het niet aan velen, die op vastgestelden dag en plaats op hunne posten stonden, gewapend met stokken en steenen. Men noemde het een leger van kinderen, maar ook mannen stonden daar onder de wapenen, in 't geheim door de predikanten, zoo men dat vermoeden gelooven mag, opgehitst om de zwakke schare door hunne tegenwoordigheid bloeddorstiger te maken. Een dreigende keurbende van gepredestineerden wandelde op en neder, en, na lang omgezien te hebben, waarheen zij hunne wraak zouden uitstorten, bestormden zij het huis van zekeren Arminiaaschen burger. 2) 't Eerste bedrijf was eene hagelbui van steenen te werpen, waardoor alle glasruiten en vensters gebroken werden; spoedig daarop rameiden en braken

1) Onder anderen had een rijmelaar in een strooibiljet gedreigd:

Ik waarschuw deze Arminiaansche gekken

Dat ze wat zullen krijgen op hun bekken.

2) Te weten van Rem Bisschop <Episcopius>, wonend op den Singel in het „Slot van Koningsbergen"', broeder van Simon Episcopius, den bekwamen woord- en pennevoerder der Arminianen.

Sluiten