Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenigszins rijkelijker, ofschoon niet onafgebroken, vloeien onze geschiedbronnen bij de aankomst van Paludanus' plaatsvervanger, Petrus Laurensz. Zijn verblijf in de Amstelstad en zijn zegenrijke werkzaamheid aldaar vallen in het tijdperk van haar rijkste ontwikkeling en weelderigsten bloei.

Pater Petrus Laurensz — de latijnsche bescheiden geven Petrus Laurentius of Laurentii d. i. Laurenszoon of Lauryssen te lezen — werd, volgens zijn sterfbericht, ten jare 1588 te Sint-Omaers (Saint Oiner) in 't fransch-vlaamsche Artezië geboren. Hierin ligt de gereede verklaring, waarom de dichter Antonides van der Goes, Vondels's jeugdige vriend en beschermeling, hem aanduidt als een der „Fransche Jezuïeten", die wel het meest hebben gearbeid, om Joost van den Vondel roomsch te maken 1). Zeer eigenaardig en niet minder geestig wordt hij dan ook door den schrijver der Portretten van Joost van den Vondel Pierre d' Artois genoemd, (blz. 65). Deze naam is echter niet historisch.

Den lsten Juli 1609 was die eigenlijke stichter der Krijtbergkerk, te gelijk met den Amsterdammer Godfried Wandelman een bekeerling, 2/, te Doornik in de Societeit van Jezus getreden. Zijn jeugdige kloosterjaren besteedde hij aan de vorming der zuidnederlandsche schooljeugd en aan 't predikambt in de Mechelsche kathedraal van Sint Kombouts — wel een bewijs, dat hij de gave des woords bezat. Toen de Spaansche veldheer Ambrosius Spinola in 1625 Breda had ingenomen, werd hij tot rector aangesteld van 't aldaar onder Isabella's begunstiging gestichte Jezuïeten-college en verbleef er tot 1628.

Op het einde van datzelfde jaar of in 't begin van 't volgende, begaf hij zich als zendeling naar Amsterdam en kocht er, tegen 't midden der 17: eeuw, op den Singel bij

1) Dictsche Warande VI, 6, 66, 257.

2) Verg. Studiën X, 2lJe afl. 1877.

Sluiten