Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar toch, blijkens een gelijktijdige oorkonde, niet onwaarschijnlijk.

De in 1626 geboren, en eerst op zijn twintigste jaar door den Doop als lidmaat der Mennonitische gemeente aangenomen Reyer Anslo, had vóór zijne geloofsverandering zich reeds herhaaldelijk gunstig onderscheiden en was onder andere door de Amsterdamsche regeering, in 't Munstersche vredejaar 1648, om zijne verzen op 't Nieuwe Raadhuis met een lauwerkrans en zilveren drinkschaal, en door de koningin Christina van Zweden met een gouden keten vereerd. Twee jaren later legde de jongeling de Roomschkatholieke geloofsbelijdenis af, vermoedelijk in de handen van een Amsterdamsehen Jezuiet. Of hij aanvankelijk nog crypto-katholiek bleef en eerst te Rome in 't jubeljaar 1650 de plechtige en openbare geloofbelijdenis uitsprak, is hiermede niet beslist.

Over dien terugkeer tot het geloof zijner vaderen geven de naar Rome opgezonden jaarverslagen (Litterae annuae) onder het jaartal 1651 te lezen, wat er op bovenvermelden 7,len December te Amsterdam plaats greep: „Te Amsterdam — zoo schrijft de berichtgever — bevond zich onder de 44 alhier door den ijver van drie paters bekeerden, een jongeling van 22 jaren, wegens zijn uitstekend gelukkigen geest en gaven voor Poësie door de stad met een lauwer en zilveren schotel, door de Koningin van Zweden zelve met een gouden keten begiftigd." In een veel jongere oorkonde, een uittreksel uit de handschriftelijke Handelingen der Jezuïeten in de Bataafsche Missie, is dit bericht nader verklaard en aanmerkelijk uitgebreid. Daar leest men : „Behalve de aanzienlijke aanwinst (van katholieken,) welke jaarlijks door ongeveer negentig leden der Sociteit in deze Missie aan de Kerk wordt aangebracht, 1) hebben drie

1) Negentig leden der Societeit waren destijds over de gewezen Hollandsche Missie verspreid.

Sluiten