Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wouters, Spieghel, Gilles, Codde, Courten, Ooppenol, de Grebber, Hartoghvelt, Coster, Goudbloem, Hugla, Barbou, Camev, Le Febure, Coutenburg, Thibaut, Adam Charlesz van Germez, de tooneelspeler, en eindelijk, die ik eershalve hier noem, het kranige Heyltien Jacobs, „de dwaelende suster" en roomschgeworden „speckverkoopster in de stootsteegh," die in eene penneschermutseling den stijfdortschen dominee Jacobus Laurentius zoodanig had toegetakeld, dat de hoog ernstige Prof. aan 't Amsterdamsche Athenaeum illustre Gerard Janssen Vossius, aan Hugo Cxrotius schrijvend, een schaterlach niet bedwingen kon. ')

Deze eerzame „speckverkoopster in de Stoofsteegh", die de stijve lachspieren van den „hooggeleerden \ os' in beweging wist te brengen, was geen vreemdelinge voor den stichter der Krijtbergkerk. Den 4,len September 1650 teekende zijne hand aan, dat Heyltje Jacobs meter was geweest bij het doopsel van Henricus ïamessen, zoon van Hendrik en Barbara Theunis. En den 7den September van 't volgend jaar was zij doopgetuige van Annetie Comarie(?) dochter van Gaillard en Catharina Jurians.

Hare openbare verdediging tegen Jacobus Laurentius V. D. M. liet echter Petrus Laurentius, uit wijze omzichtigheid, over aan zijn belgischen medebroeder pater W illem de Lantsheere 2), die er, naar den ietwat onbehouwen trant dier dagen, geducht en geweldig op neer sloeg.

Naar aanleiding der bekeering van Heyltyen Jacobs, teeken ik nog aan de volgende Mennisten:

1) Zie over Heylti/en Jacobs ,,met den aankleve van dien' den Volks-Alm. voor'Hed. Katholieken. 1878 blz. 127-161. In Amstels kerkelijk leven (bl. 289) heeft ook Dr. G. J. Vos Az. de vrooljjke historie van Heyltyen behandeld — alleronhandigst'.

2) Vermoedelijk een bet-over-oud-oom van Mr. F. A. C. de Lantsheere, minister van Staat, vroeger minister van Justitie en voorzitter der 2de kamer in België. Verg. Volks-Alm. 1878 bl. 139.

Sluiten