Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen getuigenis een bekeerling — Eugenius Fonteyn en J. F. Tixerandt, notario publico amisso della Corte di Olanda, residente in Amsterdam x)

Welke gevolgen het smeekschrift van Vondel c. s. gehad heeft, is mij onbekend. Maar teekenend is het.

Intusschen was pater van Winterswyck reeds den 24sten .Novemb. des jaars 1673 in den Krijtberg overleden en den 28ste" in de Oude kerk begraven. Hij werd opgevolgd door Joannes Laurentius Proch, ook wel kortaf Joannes Laurentius genaamd, geboren in December des jaars 1637 te Montmédy in Frankrijk en zoon van Dirk Proch en Eva Pierson. In de nog talrijk voorhanden zijnde quotisatiebrie ven en impostbilletten, „wegens de consumtie van zout en zeep", thans te huis bezorgd in „No. 30 der 33ste wijk," wordt hij door de Amsterdamsche impostmeesters gewoonlijk „Hr. Johannes Lourentius, priester" betiteld.

Pater Proch, gelijk alle andere reguliere zendelingen dier dagen, beleefde moeilijke tijden. De gedeeltelijke verovering vau ons vaderland ten jare 1672 door den Franschen Koning Lodewijk XIV, vereenigd met den aartsbisschop-keurvorst van Keulen en den krijgslustigen bisschop van Munster, Bernard van Galen, moest allicht — ofschoon ten onrechte, gelijk later gebleken is — bij de Nederlandsche gereformeerden de vrees doen onstaan, dat hunne roomsche landgenooten met die katholieke vreemdelingen waren ingenomen, ja zelfs met hen samenspanden. Daarenboven de strenge maatregelen, reeds omstreeks 1680 door koning Lodewijk tegen de Fransche Hugenoten genomen en ten jare 1685 nog verscherpt door de herroeping van 't edict van Nantes, tengevolge waarvan een groot aantal Fransche gereformeerden de wijk namen naar ons vaderland, hitsten hier de gemoe-

1) „Publiek notaris, toegelaten door het Hof van Holland, verbluf houtlende in Amsterdam.' Dikwerf komt hij voor.

Sluiten