Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantijging bij de heeren Btaten, wisten zij te bewerken, dat er bevel gegeven werd om de Cock gevangen te nemen.

Den 29sten Juni kwam de tiskaal naar Leiden om dat bevel uit te voeren, maar de Cock redde zich door de vlucht * naar t buitenland. Drieduizend gulden werden uitgeloofd aan hem, die den provicaris in de handen der justitie zou overleveren. Hij hield zich schuil bij de Jezuïeten te Emmerik.

Thans waren de volgelingen van de Cock, inzonderheid de Jezuïeten, aan de beurt, vooral sedert de geschorste Codde,

den 3,ten April 1704, geheel en al van zijne bediening ontzet was. Ook dit besluit van Rome werd op het lange zondenregister der zonen van Ignatius ingeschreven.

Reeds in 1703 en '4 deelden eenige leden der Societeit in het lot hunner geestverwanten en trouwe medearbeiders,

de seculiere pastoors van de Kethel en Voorburg. De eerste slachtoffers waren pater Jacobus van Aelst te Hoorn, Gaspar Ignatius Antheunis te Haestrecht en Aloysius Meyer te Zwammerdam (Bodegraven), tegen wie de resolutie van 17 *

Juli 1704 werd uitgevaardigd.

Vrijdag den 27slen Maart 1705, werden door de gerechtsboden naar den Haag gedagvaard de volgende paters: Jacobus Claesman, resideerende te Leiden, Carolus van der Borght uit de statie in de Nobelstraat te 's Gravenhage, Joannes de Bruyn, overste der geheele Jezuieten-missie, wonend in de Amsterdamsche „Zonnebloem", en de meest gehate Franciscus van Hier, zendeling in de Verwerstraat te Amsterdam.

Hoezeer de Jansenisten vooral op de Amsterdamsche Jezuïeten gebeten waren en tevens hoe alles was voorbereid om een noodlottig banvonnis uit te lokken, blijkt overduidelijk uit den titel alleen van een vuilaardig lasterschrift, reeds in 't vorige jaar tegen de Amsterdamsche zendelingen in 't algemeen en pater van Hier inzonderheid uitgegeven, onder den titel van Standvastige goddeloosheid of godlooze standvastigheid

der Jezuiten aan J. P. Francais van Hier plegtelijk

opgedragen (Delft 1704 4°.) Het bijbelsche motto geeft de

Sluiten