Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzonderheid der patricische leeken. Een 40-tal uit de voornnamaten der stad had den 23slen April 1708 een verzoekschrift ingediend bij de Staten van Holland, teneinde deze te bewegen op hun besluit van 18 Februari terug te komen.

Ziehier het door wijlen den heer Thom. van Rijckevorsel opgespoord en in zijne Geschiedenis van 't Amsterdamsche Maagdenhuis (bl. 111) voor het eerst uitgegeven stuk, dat even vereerend is voor de suppliekschrijvers als voor hun beschermelingen.

„Aan de H. Ed. Gr. Moge. de H. H. Staten van Holland ende West-Friesland.

„Verthonen zeer ootmoedigh en met onderdanigst respect de ondergeschreevene, U. Ed. Gr. Moge. zeer getrouwe Roomse Katholycke burgers en ingesetenen der stadt Amsterdam, dat zylieden, ootmoedige supplianten, met een onuytsprekelyke droefheyd hadden vernomen de Souveraine resolutie van H. Ed. Gr. Moge. tot uytsettinge van de Paters Jesuiten( omdat het U. Ed. Gr. Moge. hadde verdroten de dus lange geduurende oneenigheden onder de Roomse Catholycken.

„Alsoo door deese voor de supplianten zeer droevige uytsettinge zylieden, neevens zoo veele honderde arme familiën, zullen worden gepriveert van den trouwen harderlyken bestier in hunne Godsdienst.

„Derhalve neemen de supplianten de vryheid van U. Ed. Gr. Moge. zeer ootmoedig en zeer onderdanig te verseeckeren, dat de voorn. Paters Jesuiten [aan] de supplianten en derselver gemeentens niet anders dan godvruchtigheyd en alle soorten van christelycke deugden, overeenkomende met een volmaakte trouw en onderdanige gehoorzaamheid aan l . Ed. Gr. Mog'-., hebben geleerd en ingeboezemd, en de armen zoo in 't Geestelyck als het weereldlyck by nagt en dagh getrouwelyck bygestaan.

„En alhoewel, onder ootmoedige correctie, de supplianten verseekert zijn, dat tusschen de Roomse Catholyken geen questiën of oneenigheden zijn, en dat het verschil dat daer

Sluiten