Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den de bedehuizen der weerspannigen te bezoeken, zendelingen uit onze Orde gevraagd en verkregen [b. v. te li otterdam en te Delft], onder goedkeuring van den ordinarius of vicarius apostolicus."

Ofschoon nu de Xaverius-kerk op bevel der hooge regeering officieel gesloten was, bleef zij toch bij oogluiking en officieus geopend. Meer dan in onze dagen hing destijds de zachtere of strengere toepassing der wetten en plakkaten van het goeddunken of de willekeur af der uitvoerende macht en plaatselijke overheid. Waar echter de gesloten bedehuizen der Jezuïeten elders weer mochten ontsloten zijn — en dat geschiedde onder oogluiking in menig oord — te Amsterdam bleef, althans officieel en van staatswege, het verbod van 1708 gehandhaafd tot in 't jaar 1788.

Gedurende die tachtig jaren zijn echter de Jezuïeten niet geheel werkeloos gebleven in de Amstelstad. De Krijtberg rekte een wel kwijnend maar niet geheel uitgebluscht leven.

In zijne private en beknopte berichten aangaande de missie in Holland, den 2'1*'" October 1805 door den toenmaligen vice-superior Mgr. Luigi Ciamberlani aan den prefect der roomsche Propaganda, den kardinaal di Pietro, uit Munster opgezonden, schetst de berichtgever in algemeene trekken, kort maar duidelijk, de wijze van bestaan der verbannen Jezuïeten: „Langen tijd voor de opheffing hunner Societeit zijn zij, tengevolge der kuiperijen van de Utrechtsche Jansenisten, op bevel der burgerlijke regeering uit de Hollandse he provincie verdreven. Eenige hunner staties werden door seculiere missionarissen, andere door paters Observanten bezet, en op eenige enkele bleven zij zelf, maar in de grootste verborgenheid; zeer h e i m e 1 ij k droegen z ij de H. M i s op, hoorden de sacramenteele biecht en verleenden verderen geestelijken b ij stand aan de onderhoorige geloovigen. In Amsterdam hadden zij twee staties; in 1786 (1787) veroorloofden

Sluiten