Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de provinciale regeering, dat er eene werd hernomen, en deze is liet, waarin thans de ex-Jezuiet Adam Beckers pastoor is. In 1792 werd vervolgens toegestaan, dat ook de andere statie werd hernomen en daar is de andere ex-Jesuït Theodorus Bastian tegenwoordig pastoor" ') Dit verstrekke tot leiddraad van t navolgende.

Bij het vertrek van pater Gilles was de Roermondenaar Adolt' Lindtgen, zoon van den raadsheer aan t OostenrijkschGeldersche Hot' ,). B. Lindtgen en Anna Christina van Hillen i Gillen), door zijne overheid aangesteld, aanvankelijk om de goederen van huis en kerk te bewaken en bewaren, later ook 0111 de geestelijke bediening, zooverre het de hachelijke tijdsomstandigheden gedoogden, in 't geheim uit te oelenen. Den 5 le" Januari 1717 begon hij weder het H. Doopsel toe te dienen, gelijk de doopboeken getuigen. De eerste doopelinge was Cornelia Maria, dochter van Willem van Aelst en Maria Aldegundis Blekeerdt, terwijl als doopborgen optraden Adam de Weerdt en Maria van Schuylenburgh. Xiet voor den 2den Januari 1730 vind ik de eerste huwelijksinzegening opgeteekend, van J B. Veuchs en lda van den K.e rek hoven, voor haar broeder en Susanna de Graat' als getuigen.

Dat alles geschiedde niet goedkeuring en onder begunstiging van den uitmuntenden Joannes van Bijlevelt, sinds wiens aanstelling als apostolisch-vicaris in 't jaar 1717, langzamerhand alle oneenigheid tusschen reguliere en seculiere geestelijkheid een einde had genomen. De heiligschennige buitensporigheden der Jansenisten hadden ten minste dit nut opgeleverd, dat alle onderlinge atgunst en ijverzucht onder de weldenkende priesters schier verdwenen was. „Indien bet goede maar geschiede" werd van toen at ineer en meer de leus.

1) Archief coor 't aartsb. Utrecht XVI, 135, 136.

Sluiten