Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde geen slachtoffer te worden van de laaghartigheid dezer wraakademende verklikkers, die daaglijks sneller en sneller ten afgrond voortholden.

Aan dien Jansenistischen wrok paarde zich soms een ot ander voorval in t buitenland, dat de godsdienstige en politieke hartstochten hier te lande in gisting bracht, en dooide vijanden maar al te trouw benuttigd werd om de Jezuïeten hatelijk te maken. Zoo geschiedde het ten jare 1719, naar aanleiding eener zeer eenvoudige gebeurtenis te Heidelberg in de Paltz, waarvoor de van alles onbewuste pater Lindtgen onschuldig boeten moest. ')

De keurvorst namelijk van den Beneden-Paltz, Karei Philips van Neuburg, zoon van den beroemden bekeerling Wolfgang Wilhelm, steunende op zijn goed recht, had, ingevolge de Rijswijksche en Badensche vredestractaten, eene kerk te Heidelberg, de H. Geestkerk genaamd, die in 't medegebruik was der Gereformeerden aldaar, aan dezen ontnomen en den Katholieken wedergegeven, den protestanten echter vergunnend, op 'slands kosten elders in de stad Heidelberg een tempel te bouwen. Reeds vroeger, 14 April 1/19, had hij ook een herdruk van den beruchten Heidelberger Catechismus laten ophalen en vernietigen. Die catechismus was niet slechts herdrukt met het beleedigend antwoord op de 80e vraag, waarin het H. Misofler een afschuwelijke afgoderij gescholden wordt, maar tevens aan den Paltsgraaf zelf, buiten zijn weten, als eeregeschenk opgedragen en met zijn vorstelijk familiewapen versierd. Door het ontvangen bericht dezer vrij onschuldige gebeurtenissen in 't buitenland, werden de gemoederen hier te lande hevig opgehitst,

1) Verg. J. F. Vregt in de Bijdragen voor de geschied, van 't bisdom Haarlem II. 23 volg, waar het noodlottige voorval in alle bijzonderheden wordt uiteen gezet; en t. a. p. XIII, 421 volg., waar P. van Lommei de officieele rapporten van baljuwen en andere staatsbeambten, uit het rijksarchief in den Haag mededeelt.

Sluiten