Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bisschoppelijk bestuur, ten einde wederom tot een behoorlijke regeling der kerkelijke belangen te kunnen geraken.

Dit blijkt, onder andere, uit het volgende, aan de provisioneele representanten van het volk van Holland, ingediend request, waarop door die vergadering, bij resolutie van den 13'len Maart 1795, toestemmend werd beschikt. l)

„Geven te kennen Hermanus Franciscus ten Hulscher, aartspriester van Holland, mitsgaders alle de wereldsche Roomsche priesters, zoo in de steden als ten platten lande van Holland.

„Dat, hoezeer in de allereerste erectie van deze Republiek, over nu ruim twee eeuwen, bij den toenmaligen Souverein begrepen is geworden, dat de ingezetenen, de Roomsche godsdienst belijdende, met eene onderscheiding boven alle andere gezindheden, in hunne kerkelijke vrijheden moesten belemmerd worden, toen evenwel zijn toegelaten bisschoppen onder de benaming van Vicarii Apostolici, die de vrije dispositie uitoefenden in het geven der zendingen van de Roomsche priesters in hunne districten, en alle verdere bisschoppelijke functiën deden.

„Dan dat bij zekere kerkgeschillen tusschen Roomschen en Roomschen over omtrent eene eeuw geleden, wel de bisschoppelijke waardigheid bij de zoogenaamde Jansenistische kerk is gemainteneerd, en nog heden ook in Holland gecontinueerd is; edoch bij de Roomsche Kerk in dit land buiten activiteit is geraakt, terwijl, sedert dezelve geschillen, de kerkelijke autoriteit is vervangen door Pauselijke Nuntiussen, die dan ook allerlei bisschoppelijke dispositiën hebben gehad.

„Dat het genoeg kennelijk is, hoe onvoeglijk het voorde geestelijke personen, in de Hollandsche Missie geplaatst, is

1) Ook mijn vriend pater P. Albers S. J. in zijne Geschiedenis can 't herstel der hicrarcliie in de Nederlanden, I. bi. 7, heeft het voorval met de gevorderde kortheid aangeraakt en in 't kader der geschiedkundige gebeurtenissen geplaatst.

Sluiten