is toegevoegd aan uw favorieten.

De Sint Franciscus Xaveriuskerk of, De Krijtberg te Amsterdam, 1654-1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„méér gezegt heeft, zo dat al wat op blz. 9 van de Dage„„raad der waarheid staat, van den Hr. Huienis uitgevonden, „„om zijne gedagten over den eed wat meer gewigt bij te „„zetten; voor het overige ben ik bereid deze mijne „„verklaring in alle haare kracht van woord tot woord „„te erkennen, te handhaven en te bevestigen, overal daar „„het noodig zal mogen wezen.""

Adam Beckers, R. P.

Amsterdam, 10 Apr. 1798.

„Deze verklaaring was verzeld door eenen brief van den volgenden inhoud : „„Mijn Heer, ik zende u de gevraagde „„verklaring in goede order ; het is de moeite waard, het „„bedrog te kennen en den bedrieger te beschamen, die ons „„beide op eene onbetamelijke wijze behandelt! 't Is waar, „„ik heb den Advocaat Broers geschreven wegens A'on litere, „,,'t is niet geoorloofd. Dog zie hier hoedanig mijn brief „„was. Uit deezen kunt gij oordeelen over het gedrag van „„den Hr. Huleu, die zig niet schaamd mijne eigene „„gedagten, die in 't Hollands geschreven zijn, toe te „„eigenen aan de H. Vergadering der Propaganda — „„gedagten zegge ik, die ik alleenlijk op het papier gesteld „„heb, omdat men mij steeds wilde doen gelooven, dat de „„wetgevers den eed anders verstonden. Hieruit ziet gij „„eene handelwijze, die een eerlijk man nooit zal durven „„gebruiken, vooral in eene zaak van zulke aangelegenheid. „„Ik zende u dan hetgeen ik aan gemelde Advocaat ge„„schreeven heb, en gij zult overtuigd weezen van eenen „„vond, die ons met den H. Augustinus moet doen uitroepen : „ „ ó iufelix astutia! ó ongelukkige arglistigheid! wijl gij „„tot uwe schande ontdekt zijt!"

„Nu volgt mijn brief aan de Heer Broers te Mechelen.

Mijn Heer!

„„Ik houde mij altoos vast en onveranderlijk aan hetgeen „„te Roomen beslist is: non licere, dat den eed ongeoorloofd