Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelve letteren (bladz. 9) te stellen, als of deze even zo wel van Romen gekomen waren als Non licere ? Gij moet overtuigd wezen dat die bijspreuk van de Keer Beckers is, en alleen in het Hollandsch gebruikt wierd om zijne at'gekeerdheid van den eed te toonen, ten zij het zelcer en auth e nt i e k blijke dat die uitlegging enz. hetgeen de Advocaat Broers volgens zijnen brief geloofde, en de zeer geloofwaardige Pastoor Beckers niet wilde gelooven.

„Uit al dit volgt onbetwistelijk, dat het Nisi constet aliter a Legislatoribus intelligi, etc. die gij of aan den Internuncius, of aan den secretaris van de Propaganda, of aan de H. Vergadering toeschrijft, een verdigtsel enkel van u is, om het volk onder den schijn van waarheid des te beter te kunnen blinddoeken en begoochelen.

„Met wat onbeschaamdheid, vraage ik dan nog eens, hebt gij de spreuk, die de Heer Beckers voorgaf als zijn eigene bemerking en in het Hollandsch aan den Heer Broers tot antwoord diende, zoo in het 1 a t ij n en in dezelveletteren doen drukken, dat zij niet verschilt van 't Romeinsche Non licere (blz. 9) en welk de Heer Beckers der H. vergadering niet wilde toe-eigenen, wijl hij zijne woorden in het Hollandsch gaf. Is er wel eenige waarschijnelijkheid, dat genoemde Pastoor in het Hollandsch zou gegeven hebben zulke uitdrukkingen, die wezenlijk in den oorspronkelijken text gehouden moesten worden, om te doen blijken, dat dezelve een deel uitmaakten van de uitspraak van het Non licere ?

,,'tls wel hier de plaats, mijn Heer, van te zeggen: mentita ist iniquitas sibi, de boosheid heeft tegen haar zeiven geloovigen (Ps. 26. 12.)."

Aldus werd de orthodoxie van onzen zendeling gewroken.

Dit, uit een vergeten brochure opgedolven voorval spreekt luide voor het gezag en den invloed, die pater Beckers onder zijn geestelijke ambtsbroeders, ook in den vreemde genoot. Hoog stond hij daar aangeschreven.

Sluiten