Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Pater Roothaan's latere brieven. In 1839, den 9'ie" Februari, had hij in een postscriptum aan zijn broeder gevraagd: Hebt gij het boek nog, waaruit wij dikwijls een hoofdstuk of overweging lazen bij het avondgebed? Het was getiteld Geestelijke oefeningen door P. Nepveu x). O, wat was dat een nuttig boek! Aan dat boek heb ik wel grootendeels al mijn goed en mijn geluk te danken. Ik meen het nog in vaders kamer gezien te hebben, toen ik in 1821 of '22 of '23 te Amsterdam was. — Men zoekt en het dierbare boek wordt gevonden, maar daarin of daarbij nog iets. Den 25sten Mei schrijft pater Roothaan: Het boek van pater Nepveu is dan gevonden! Dat is goed. Het prentje van het H. Hart, waarvan gij spreekt, is van ouden datum. Ik had het in den catechismus gekregen uit de hand van onzen pater Beckers; daarna had ik het mee naar Rusland genomen, waar ik het altijd vóór mij had staan : eindelijk bij mijn eerste reis naar Holland (1821) liet ik het onzen goeden vader achter." Wat een kinderlijke eenvoud!

Denzelfden geest, een erfdeel zijner oudere ordebroeders, poogde Beckers, door 't verspreiden der soliede devotie tot het Heilig Hart van Jezus, aan zijne gemeentenaren in te prenten. Hij verschafte hun ook de destijds zeldzame gelegenheid om, door het ontvangen van het H. Vormsel, in de liefde tot Jezus en het heilig geloof verstrekt en bestendigd te worden. Te dien einde noodigde hij den laatsten bisschop van 't gewezen bisdom van Roermond, Mgr. J. B. Robertus Baron van Velde van Melroy, in de Krijtbergkerk uit, waar deze den 7deD Juli 1804 aan een tallooze menigte het heilig Sacrament des Vormsels toediende. Bij die gelegenheid en naar aanleiding daarvan werd eene gedachtenisplaat uitgedeeld met het welgemeende portret van den gemijterden bisschop versierd. Een zwervend exemplaar viel

1) Verg. blz. 103 hierboven, waar blijkt, dat hier de vertolking van P. Caers bedoeld wordt.

Sluiten