Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jesus '). Ik ontmoet onder hen de namen van den Luxeniburgsc.hen Petrus Bernard, Johannes Henry, Melchior Malevé, den Munster-Geleenschen Joannes Cörvers en de reeds genoemde Antonius Kohlman, Adam Britt enz, enz.

(Jnder dagteekening van 17 Febr. 1806 schreet de generale overste, de Hoogeerwaarde pater Thaddeus Brozozowski uit Rusland aan Beckers te Amsterdam : „De paters Groenen, Henry (Joannes), Verbeeck, Malevé omhels ik in den Heer. De laatste heeft mij den 30sten November uit Leuven geschreven, en te kennen gegeven dat er velen, die eertijds de onzen waren, te Aken wonen en verlangen weder opgenomen te worden in de Societeit. Indien zij, wat ik niet betwijfel, den ouden geest bewaard hebben, dat dan een van hen, op naam van allen, aan mij schrijve; hij drukke de namen, voornamen, ouderdom uit, of ze scholastieken otwel professen geweest zijn; daarenboven de bediening, welke zij thans waarnemen. Ik zal aan hun verzoek voldoen, tot hunne vertroosting en tot meerdere eere Gods."

Dat onze Beckers, als gevolmachtigd tusschenpersoon, hoog stond aangeschreven, bewijst dit schrijven overvloedig.

1) Nicolaas Paccanari, een Italiaansch geestelijke, meende geroepen te zijn, om de ontbonden Societeit van Jezus te doen herleven onder den naam van Societeit van 't geloof van Jezus (Pères da la Foi, 1797). Terzelfder tijd vormde zich de Societeit van het H. Hart, SociH6 du Sacrê Cocur, Pïrcs du S. C , onder leiding van een franschen priester Joseph Varin. Men trachtte later beide vereenigingen, als hebbende één doel. tot één lichaam samen te doen smelten, maar de uiteenloopende zienswijze en weinige geschiktheid van Paccanari voor 't bestuur, deden de tot stand gekomen vereeniging spoedig uiteenspatten. Paccanari had zijne volgelingen naar verschillende streken gezonden, om er als zendelingen en onderwijzers der jeugd werkzaam te zijn. Eenige hunner vestigden zich te Amsterdam op uitnoodiging van J. Cramer, pastoor in 't Maagdenhuis. De meesten dezer gingen tot de Societeit van Jezus over, wier wedergeboorte zij bedoeld hadden. Zie bijlage - s .

Sluiten