Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijgestaan door voortreffelijke medearbeiders, Petrus Josephus Peeters (1817—'62), Gerardus Aloysius Koek (1822 '27), J. B. Goens (1827— 39), Arnoldus Frentrop (1836—'52), en Joannes Loeffen (1839—'49) heeft Franciscus Fol, in alle kalmte en zachtmoedigheid, veel bijgedragen tot het welzijn en den voorspoed van huis en kerk en gemeente.

Gelijk wij reeds deden opmerken, heeft men zich het door pater Laurentius geopende kerkje van den Krijtberg als zeer nederig en zeer bescheiden voor te stellen: dat brachten de tijdsomstandigheden aldus mede. Mogen er al etmige veranderingen en verbeteringen zijn bewerkstelligd onder zijn opvolgers in meer rustige dagen — de tachtig jaren (1708—'88), gedurende welke het kerkgebouw voor 't publiek, althans offieieël gesloten moest blijven, waren zeker niet gunstig voor de opluistering van het huis des Heeren. Wanneer de galerijen met hunne pilaren zijn aangebracht, is mij onbekend. Voor pater Beckers was het weggelegd, het inwendige van 't kerkgebouw in wat meer betamelijken toestand te brengen en door 't aankoopen van ettelijke kerkgeradefa meer in overeenstemming te brengen met de heiligheid en eerbiedwaardigheid der plaats. Ik vond onder andere in het huisarchief een rekest van P. Beckers aan de vroedschap, waarbij hij verzocht om een lantaarn voor zijne kerk te mogen plaatsen. Wat een vooruitgang ! Ettelijke jaren vroeger, zou men eerder verzocht hebben, een lichtenden lantaarn te mogen dooven.

De beschrijving der Krijtberg-kerk door Kimon Stijl (blz. 112 hierboven) als zijnde „een hoog en ruim kerkgebouw, pronkende van binnen met verscheidene sieraden, en den vereischten toestel tot den plechtigen kerkdienst behoorende" klinkt schijnbaar niet ongunstig. Doch wij weten en deden het reeds opmerken, dat de Protestanten met de huis- en schuurkerkjes der „Pausgezinden" al zeer licht tevreden waren, ja ze niet zelden wat al te sierlijk, zelfs paapschstoutelijk vonden.

Sluiten