Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op voordracht van den secretaris,derzelfde congregatie, Angelo Mai, schonk hem Zijne Heiligheid, den 9' " Maart des jaars 1884, de verlangde gunst om het broederschap van 't allerheiligst Hart van Jezus in zijne kerk ia te voeren, met toevoeging aller aflaten, welke de Opperpriesters aan dat broederschap verleend hebben. Dezelfde Antonucci zond den 5len Augustus 1835 uit den Haag de gevorderde toestemming over.x)

Sinds de komst uit België van pater Arnoldus Frentrop, die bij uitstek de man des woords was, waardoor hij zoovele jaren lang de katholieke Amsterdammers aan zijn kansel geboeid hield, was ook ten jare 1836 de devotie der zes Zondagen ter eere van den H. Aloysius ingevoerd.

Ik moet mij evenwel bij deze algemeenheden bepalen en kan niet de 35 jaren van het vruchtbare herderschap aldus in bijzonderheden dooi'loopen.

Ben enkelen keer echter in kleine bijzonderheden tredend, waaruit men gereedelijk den algemeenen toestand kan opmaken, geef ik hier een uittreksel uit de jaarbrieven van 1848 op '49. „In September des jaars 1848 waren in den Krijtberg werkzaam: sedert 1814 de overste P. Franciscus Fol, sedert 1817 1'. Petrus Josephus Peeters, sedert 1836 P. Arnoldus Frentrop en sedert 1839 P. Joannes Loeffen." Deze zijn allen nog in gezegend aandenken bij vele katholieke Amsterdammers: men behoeft er vooral de ouderen van leeftijd slechts naar te vragen. De jaarbrieven worden geopend met het treurige bericht van 't afsterven van P. Franc. Fol, die den 2 l'" Februari 1849 zacht en zalig in den Heer ontsliep en op het R. K. kerkhof buiten de Raampoort begraven is. Hij zal als overste vervangen worden door Andreas Oonsen, tot dusverre superior der residentie te Nijmegen, terwijl P. Joannes Loeffen werd aangesteld als pastoor te Kuilenburg. Deze zou later naar Amsterdam wederkeeren,

1) Zie bijlage XIII.

Sluiten