Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£j*svr juist t*ii sprüütjiiii vvonu ue gxmaiiariige en zariiiaardige priester gekenschetst op zijn doodsprentje: De Heer heeft hem geheiligd door zijn geloof en zijne zachtmoedigheid (Eccl. XLIV, 4).'

Dit alles had echter niet belet, dat pater Fol eenigen tijd bij du regeering van koning Willem I met een zwarten kool stond aangeschreven, 't Was in 1825 en volgende jaren, dat de oprichting van 't onzalige Collegium philosophicum te Leuven, waarmede de sluiting der 11. K. aeminariën gepaard gitig, niet slechts bij de gezamenlijke katholieken in Noord en Zuid, maar ook bij niet weinig andersdenkenden de hoogste ontevredenheid verwekte. Menig professor eii leeraar aan de l'niversiteiten en Athenaea voelde zich dooiden hoogst onstaatkundigen maatregel beleedigd, als waren ook zij niet in staat om philosophie of wijsbegeerte te onderwijzen en de toekomstige leerlingen der seminariën voor hoogere studiën voor te bereiden. 11

Van de professoren — aldus in hoofdzaak 1\ Albers — sloeg de afkeer van 't Philosophicum zelfs op de studenten over. Niet slechts in België was de studentenwereld vaak rumoerig, maar ook in 't anders zoo trouw Oranjegezinde Holland. Daarover schreef in 182(5 de bekende Samuel Iperusz Wiselius, die van 181;} tot 1840 directeur van politie te Amsterdam geweest is, aan zijn boezemvriend C. van Maanen, den noodlottigen minister van justitie: „Onder de roomsch-katholieke studenten te Leiden heerscht een booze geest tegen Zijner Majesteits besluiten en maatregelen. Dit is vooral begonnen in het laatst van 't vorige jaar." Hij wijt dit aan het bezoek van een Ier, die, volgens hem, „met sommigen dier studenten bijeenkomsten gehad heeft, en naar men meent tot de hooge geestelijkheid behoorde". Nog in Maart 1826 hadden er onder de studenten, „drukke

lj P. Albers Geschiedenis van het herstel der Hierarchic in dc Nederlanden bl. 132, 138.

Sluiten