Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoezeer pater Ruscheblatt bemind was, bleek bij zijn zalig afsterven, den 7 len Augustus 1872 voorgevallen.

Vrijdags 11a zijn overlijden, was het „de tweede Vrijdag" der maand, en aanbiddingsdag der Vereeniging tot vereering van het H. Sakrament in de Krijtbergskerk.

De kerk was voortdurend, veel meer nog dan gewoonlijk, met geloovigen gevuld, en honderden lagen voor het H. Sakrament neêrgeknield, om daar troost te zoeken in hunne droefheid en vurige gebeden uit te storten voor de zielerust van hem, die hun zoo menigmaal, met zulk een brandenden ijver, deze bron van opbeuring en barmhartigheid had aangewezen. 't AVas een betooging van dankbare harten.

Zondag-avond daarop was het kerkgebouw, ondanks de hevige regenbuien, reeds geruimen tijd vóór den aanvang der zielenvespers, meer dan overvol.

Maandag, den 12i,n Augustus, hadden de plechtige uitvaart en begrafenis plaats. Slechts met kleine tusschenpoozen werd van den vroegen ochtend af de H. Communie onafgebroken uitgereikt.

Het H. Misoffer werd opgedragen door den Zeer-Eerw. Heer J. H. Ruscheblatt, deken en pastoor te Alkmaar, die daarbij geassisteerd werd door den Zeer-Eerwaarden Heer H. J. H. Ruscheblatt, pastoor te Duivendrecht, gelijk eerstvermelde een neef des overledenen, en door twee paters der Societeit van Jezus. De Zeer Eerw. heeren J. A. van den Akker en J. H. Bekker, rectoren der algemeene hulpkerk oj) het Begijnhof en van 't Aloysiusgesticht, woonden de uitvaart en de begrafenis bij als vertegenwoordigers der vereenigingen, wier medebestuurder de overledene was.

Een flink bezet koor voerde op keurige wijze de RequiemMis van Verhulst uit, en de Wei-Eerwaarde Pater F. C. Heynen S. J. hield de lijkrede.

Daarna was het treurig oogenblik aangebroken, waarop het stoffelijk overschot van den algemeen beminden priester ter laatste rustplaats zou worden overgebracht.

Sluiten