is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte kliniek der voedingsstoornissen van den zuigeling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch zijn er preparaten die meer dan alle andere met recht kunnen doen verwachten, dat de voeding ongestoord zal zijn, terwijl van andere preparaten is van begin af aan te zeggen dat zij voor eene duurzame voeding geheel ongeschikt zijn. (Zie V. Z.).

Afgezien dus van die voedingsmiddelen, die voor duurzame voeding als bepaald ongeschikt zijn geboekstaafd, kan men soms constateeren dat bij een volkomen rationeel voedingsvoorschrift het gekozen preparaat niet wordt verdragen en dan was dus het voor den zuigeling van den aanvang af gekozen preparaat een niet-passend. Nu zijn wij niet in staat te voren met zekerheid te bepalen welk voedsel in casu passend zal zijn, en het individualiseeren beteekent het in casu rekening houden met eigenaardige ons geheel onbekende aan het individu gebonden omstandigheden, waardoor de betreffende zuigeling een preparaat niet verdraagt, dat bij een anderen zuigeling zonder eenige stoornis wordt toegepast.

Een frappant voorbeeld van het hier bedoelde vindt men in die gevallen, door mij zelf herhaaldelijk waargenomen, waarbij van gemelli, die volkomen op dezelfde wijze gevoed en onder dezelfde uitwendige omstandigheden levend, het eene kind voortreffelijk gedy'dt, terwijl de ander dyspeptisch blijft tot men voor dezen een ander voedsel heeft gekozen.

Wellicht vindt het feit hare verklaring in de omstandigheid dat de darmflora van den gezonden zuigeling niet steeds dezelfde is en dat het voor den zuigeling passend voedsel samenhangt met den aard der aanwezige darmflora.

Uit het meegedeelde kan dus genoegzaam blijken dat elk kunstmatig voedingspreparaat eventueel als aetiologisch moment voor het ontstaan van stoornissen kan worden aangemerkt, al komt dit bij de rationeele preparaten zeldzaam, bij de irrationeele veelvuldig voor.