Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkvormige pathogenie voor alle voedingsstoornissen bepleit en dus zoowel de eenvoudige goedaardige dyspepsie als de zware gastro-enteritis alle afhankelijk stelt van eene zelfde soort infectie.

In werkelijkheid bieden echter de verschillende vormen der voedingsstoornissen in hare aetiologie en symptomatologie nog zoozeer verschillen aan, dat men ook omtrent hare pathogenie niet uit de resultaten gevonden bij den eene, mag besluiten tot een bepaalden toestand bij den ander.

Gaat men nu 11a welke de resultaten zijn, die uit het onderzoek naar de microben in de faeces der verschillende klinische vormen zijn geboren, dan schijnt het gerechtigd te besluiten dat er gevallen zijn, waarbij ectogene infectie, andere daarentegen waarbij endogene infectie in het spel is; terwijl in een 3e reeks gevallen beide wijzen van infectie in aanmerking komen en in een 4e reeks alleen ectogene intoxicatie kan worden aangenomen.

De studie van de rol der microben is bemoeielijkt door de omstandigheid, dat de faeces van den gezonden, kunstmatig gevoeden zuigeling naast enkele obligate toch nog een groot aantal accidenteele microben bevat. Alle tot dusverre bij de voedingsstoornissen gevonden micro-organismen kunnen dan ook bij den gezonden zuigeling obligaat of accidenteel worden geconstateerd. Behalve de obligate coli commune en lactis aerogenus heeft men tot dusverre nog gevonden streptokokken, pyocyaneus, peptoniseerende bacteriën en staphylokokken.

Elk der genoemde micro-organismen is in den loop der tijden beschuldigd als een rol te spelen in de

Sluiten